Robots.txt uitgelegd: wat is het en hoe gebruik je het voor SEO?
Een robots.txt-bestand is klein, maar kan een grote invloed hebben op hoe zoekmachines je website bezoeken. Met enkele regels geef je crawlers instructies over welke delen van je website ze mogen bekijken en welke ze beter overslaan.
Dat klinkt eenvoudig, maar robots.txt wordt regelmatig verkeerd begrepen. Zo denken veel website-eigenaren dat je met dit bestand pagina’s uit Google kunt verwijderen. Of dat een geblokkeerde map automatisch beschermd is tegen ongewenste bezoekers. Geen van beide klopt.
Wat doet robots.txt dan wel? Wanneer is het nuttig voor SEO? En hoe zit het tegenwoordig met AI-crawlers zoals GPTBot? We leggen uit hoe het werkt, welke instellingen belangrijk zijn en welke fouten je beter vermijdt.
Wat is robots.txt?
Robots.txt is een tekstbestand dat instructies bevat voor automatische programma’s die websites bezoeken. Zulke programma’s noemen we crawlers of bots. Zoekmachines zoals Google gebruiken ze om webpagina’s te ontdekken, inhoud te analyseren en wijzigingen op websites op te merken.
Het bestand bevindt zich op een vaste plaats: rechtstreeks achter de domeinnaam van je website.
https://theotherconcept.be/robots.txt
Wanneer een crawler je website wil bezoeken, kan die eerst het robots.txt-bestand raadplegen. Daarin staat bijvoorbeeld dat bepaalde mappen niet gecrawld mogen worden of dat een specifieke bot andere regels moet volgen.
Je kunt robots.txt vergelijken met een bord aan de ingang van een gebouw. Het vertelt bezoekers welke ruimtes toegankelijk zijn en welke niet. Alleen is er een belangrijk verschil: robots.txt is een verzameling instructies, geen afgesloten deur. Betrouwbare zoekmachinecrawlers respecteren die instructies, maar niet iedere bot doet dat.
Waarom bestaat robots.txt eigenlijk?
Toen zoekmachines het internet begonnen te doorzoeken, ontstond de behoefte om websitebeheerders enige controle te geven over automatische bezoeken. In 1994 werd daarvoor het Robots Exclusion Protocol geïntroduceerd.
Het principe was eenvoudig: één publiek toegankelijk bestand waarin website-eigenaren konden aangeven welke delen van hun website crawlers beter niet bezoeken.
In 2022 werd dit protocol formeel vastgelegd in RFC 9309. De basisgedachte is al die jaren grotendeels hetzelfde gebleven, maar het aantal toepassingen en soorten crawlers is sterk gegroeid.
Hoe werkt een robots.txt-bestand?
Een robots.txt-bestand bestaat uit eenvoudige tekstregels. Je hebt er geen ingewikkelde programmeertaal voor nodig.
Een basisvoorbeeld ziet er zo uit:
User-agent: *
Disallow: /private/
Sitemap: https://www.jouwdomein.be/sitemap_index.xml
Deze regels betekenen het volgende:
- User-agent: * – De instructies gelden voor alle crawlers die deze regels ondersteunen.
- Disallow: /private/ – Crawlers krijgen de instructie om URL’s onder deze map niet te bezoeken.
- Sitemap: – Verwijst naar de XML-sitemap van de website.
De meeste websites hebben geen bijzonder uitgebreid robots.txt-bestand nodig. Vaak volstaan enkele regels om ongewenste crawlactiviteiten te beperken en zoekmachines naar de sitemap te verwijzen.

De belangrijkste robots.txt-richtlijnen
| Richtlijn | Functie |
|---|---|
User-agent |
Bepaalt op welke crawler een groep regels van toepassing is. |
Disallow |
Geeft aan welke URL-paden niet gecrawld mogen worden. |
Allow |
Maakt het mogelijk om uitzonderingen toe te staan binnen een bredere blokkade. |
Sitemap |
Verwijst naar de locatie van een XML-sitemap. |
# |
Wordt gebruikt om commentaar toe te voegen aan het bestand. |
Met User-agent: * richt je je tot alle crawlers. Wil je specifiek instructies geven aan Googlebot, dan kun je een aparte groep maken.
User-agent: Googlebot
Disallow: /voorbeeldmap/
Je kunt ook verschillende groepen combineren. Houd er wel rekening mee dat crawlers regels op hun eigen manier kunnen ondersteunen en interpreteren. Een regel die bij Google werkt, hoeft niet automatisch hetzelfde effect te hebben bij iedere andere bot.
Wat betekenen het sterretje en het dollarteken?
Bij Google kun je in URL-patronen ook speciale tekens gebruiken.
Het sterretje * kan overeenkomen met een willekeurige reeks tekens. Het dollarteken $ markeert het einde van een URL.
Bijvoorbeeld:
User-agent: *
Disallow: /*.pdf$
Voor Googlebot betekent dit dat URL’s die eindigen op .pdf niet gecrawld mogen worden.
Dat kan in specifieke situaties nuttig zijn, maar het is geen standaardregel die je zomaar op iedere website moet toepassen. Misschien wil je net dat bepaalde PDF-documenten via Google gevonden worden.
Een andere richtlijn die je soms tegenkomt, is Crawl-delay. Sommige crawlers ondersteunen die, maar Googlebot houdt geen rekening met Crawl-delay in robots.txt.
Robots.txt is niet hetzelfde als noindex
Dit is waarschijnlijk het belangrijkste onderscheid in het volledige artikel.
Robots.txt regelt welke URL’s een crawler mag bezoeken. Noindex geeft aan dat een pagina niet in de zoekresultaten mag worden opgenomen.
Dat lijkt misschien op hetzelfde neer te komen, maar technisch zijn het twee verschillende zaken.
Stel dat je een pagina hebt die niet in Google mag verschijnen. Je voegt de volgende regel toe:
User-agent: *
Disallow: /verborgen-pagina/
Google krijgt nu de instructie om die pagina niet te crawlen. Maar dat betekent niet noodzakelijk dat de URL uit de zoekresultaten verdwijnt.
Wanneer andere websites naar die URL linken, kan Google het bestaan ervan nog steeds ontdekken. De URL kan dan onder bepaalde omstandigheden in de zoekresultaten verschijnen, zelfs zonder dat Google de inhoud heeft bezocht.
Wil je voorkomen dat een toegankelijke pagina geïndexeerd wordt, dan gebruik je doorgaans een noindex-instructie.
Waarom robots.txt en noindex elkaar kunnen tegenwerken
Een veelgemaakte fout is om dezelfde pagina zowel via robots.txt te blokkeren als een noindex-instructie mee te geven.
Het probleem? Als Google de pagina niet mag crawlen, kan Google de noindex-instructie op die pagina mogelijk niet lezen.
Daardoor bereik je net niet wat je wilde.
Wil je een pagina uit de zoekresultaten houden, dan moet Google de noindex-instructie kunnen ontdekken. Voor echt vertrouwelijke informatie is zelfs dat niet voldoende: die beveilig je met toegangscontrole, bijvoorbeeld via een wachtwoord.

En wat doet een XML-sitemap dan?
Een XML-sitemap heeft opnieuw een andere functie. Ze helpt zoekmachines belangrijke URL’s van je website te ontdekken.
Waar robots.txt bepaalde crawlactiviteiten kan beperken, geeft een sitemap juist aan welke URL’s je onder de aandacht van zoekmachines wilt brengen.
Een sitemap is geen garantie op indexering en kan een blokkade in robots.txt niet opheffen.
In ons artikel over XML-sitemaps en SEO leggen we uitgebreider uit hoe zo’n sitemap werkt en waarom een correcte samenstelling belangrijk is.
Welke pagina’s kun je beter wel of niet blokkeren?
Niet iedere URL op een website is even belangrijk voor zoekmachines.
Een website kan bijvoorbeeld interne zoekresultaten, filtercombinaties, tijdelijke URL’s of technische onderdelen bevatten die weinig waarde hebben als afzonderlijke zoekresultaten.
Voor sommige van die URL’s kan het nuttig zijn om crawling te beperken. Maar dat betekent niet dat je ze allemaal automatisch in robots.txt moet blokkeren.
Wanneer kan een blokkade nuttig zijn?
Denk aan een grote webshop met honderden productfilters. Eén categorie kan via combinaties van kleur, maat, merk en prijs duizenden verschillende URL’s opleveren.
Wanneer zoekmachines al die varianten proberen te bezoeken, kan dat onnodige crawlactiviteit veroorzaken.
In zo’n situatie kan robots.txt onderdeel zijn van een bredere technische SEO-aanpak. Je moet dan wel rekening houden met de vraag of bepaalde filterpagina’s misschien juist relevant zijn voor organisch zoekverkeer.
Ook technische mappen of interne zoekresultaten kunnen kandidaten zijn, afhankelijk van hoe de website is opgebouwd.
Wat blokkeer je doorgaans beter niet?
Belangrijke dienstenpagina’s, productpagina’s, categoriepagina’s en blogartikelen moeten normaal toegankelijk blijven voor zoekmachines.
Hetzelfde geldt voor CSS- en JavaScript-bestanden die nodig zijn om je website correct weer te geven. Google probeert pagina’s namelijk ook te begrijpen zoals een bezoeker ze ziet.
Als je essentiële bestanden blokkeert, kan dat de manier waarop Google je pagina interpreteert negatief beïnvloeden.
Let ook op met het blokkeren van afbeeldingen. Wanneer je wilt dat productfoto’s of andere beelden via Google Afbeeldingen gevonden worden, is het doorgaans niet verstandig om hun bestanden voor Googlebot-Image af te schermen.
Robots.txt instellen in WordPress
Gebruik je WordPress? Dan hoef je niet noodzakelijk zelf een robots.txt-bestand aan te maken.
WordPress kan standaard een virtueel robots.txt-bestand aanbieden. Dat betekent dat de inhoud dynamisch wordt weergegeven, ook wanneer er geen fysiek bestand in de hoofdmap van je hosting staat.
Een veelvoorkomend voorbeeld voor WordPress is:
User-agent: *
Disallow: /wp-admin/
Allow: /wp-admin/admin-ajax.php
Sitemap: https://www.jouwdomein.be/sitemap_index.xml
Hiermee wordt de WordPress-beheermap voor crawlers geblokkeerd, met een uitzondering voor het bestand admin-ajax.php.
De sitemap-URL is slechts een voorbeeld. Welke URL je gebruikt, hangt af van de sitemap die jouw website daadwerkelijk aanbiedt.
Kun je robots.txt aanpassen met Yoast SEO?
Bij WordPress zijn er verschillende manieren om robots.txt te beheren. Afhankelijk van je configuratie kun je hiervoor een SEO-plugin, een bestandsbeheerder of een FTP-verbinding gebruiken.
Yoast SEO biedt in bepaalde configuraties een bestandseditor waarmee je robots.txt kunt aanmaken of aanpassen. De beschikbaarheid daarvan hangt onder meer af van je WordPress- en serverinstellingen.
Werk je met een fysiek robots.txt-bestand, dan heeft dat doorgaans voorrang op het virtuele bestand van WordPress.
Pas robots.txt nooit zomaar aan omdat een online voorbeeld beweert dat bepaalde regels je SEO-score verbeteren. De juiste instellingen hangen af van je website, je technische opbouw en de URL’s die je wilt laten crawlen.
En wat met WooCommerce?
Bij WooCommerce komen er extra aandachtspunten bij.
Een webshop heeft vaak een winkelmandje, afrekenpagina, klantaccount, productfilters en interne zoekresultaten. Sommige van die URL’s hoeven niet in Google te verschijnen.
Toch is robots.txt niet automatisch de beste oplossing om ze uit de zoekresultaten te houden. Voor bepaalde pagina’s is noindex geschikter, terwijl je voor filter- en parameter-URL’s ook moet kijken naar canonical-tags, interne links en de structuur van de webshop.
Een goede WooCommerce-configuratie is dus meer dan een lijstje mappen blokkeren.

Veelgemaakte fouten met robots.txt
Een verkeerd robots.txt-bestand kan belangrijke delen van je website ontoegankelijk maken voor zoekmachines. Daarom is het verstandig om wijzigingen altijd zorgvuldig te controleren.
Per ongeluk je volledige website blokkeren
De bekendste fout is deze:
User-agent: *
Disallow: /
Deze regels geven alle crawlers die ze respecteren de instructie om geen enkele URL van de website te crawlen.
Zo’n instelling kan bewust worden gebruikt tijdens de ontwikkeling van een website. Maar wanneer ze na de lancering blijft staan, kan dat grote gevolgen hebben voor de organische vindbaarheid.
Een bestaande indexering verdwijnt daardoor niet noodzakelijk onmiddellijk, maar zoekmachines kunnen de inhoud niet meer normaal opnieuw crawlen.
Robots.txt gebruiken als beveiliging
Een robots.txt-bestand is publiek toegankelijk. Iedereen kan het openen en zien welke paden je erin vermeldt.
Het is daarom geen geschikte plaats om gevoelige URL’s te verbergen.
Een regel zoals Disallow: /vertrouwelijke-documenten/ verhindert niet dat iemand die het adres kent de bestanden rechtstreeks probeert te openen.
Voor vertrouwelijke informatie gebruik je echte beveiliging, zoals authenticatie en correcte toegangsrechten.
Verkeerde paden of onnodige blokkades
Robots.txt werkt met URL-paden. Een kleine fout kan ervoor zorgen dat een regel meer of minder blokkeert dan je bedoelde.
Ook een robots.txt-bestand op de verkeerde locatie werkt niet zoals verwacht. Het bestand hoort in de hoofdmap van de betreffende host en geldt niet automatisch voor andere subdomeinen.
Controleer daarom altijd het uiteindelijke effect van je regels, niet alleen of het bestand technisch bestaat.
Robots.txt en AI-crawlers: kun je AI-bots blokkeren?
Robots.txt krijgt tegenwoordig een extra dimensie door de opkomst van generatieve AI.
Naast traditionele zoekmachinecrawlers bezoeken ook AI-gerelateerde systemen websites. Sommige verzamelen informatie die mogelijk wordt gebruikt voor modeltraining, terwijl andere websites bezoeken om informatie voor zoek- en antwoordfuncties te verzamelen.
Die toepassingen zijn niet allemaal hetzelfde. Daarom is het belangrijk om te begrijpen welke crawler je precies aanstuurt.
Wat is het verschil tussen GPTBot en OAI-SearchBot?
OpenAI maakt onder meer onderscheid tussen twee crawlers.
GPTBot wordt gebruikt om inhoud te crawlen die mogelijk kan bijdragen aan de training van generatieve AI-modellen.
OAI-SearchBot wordt gebruikt voor zoekfuncties van ChatGPT. Deze crawler helpt websites vindbaar te maken binnen de zoekresultaten van ChatGPT.
Je kunt voor beide afzonderlijke robots.txt-instructies instellen.
Stel dat je crawling voor mogelijke modeltraining wilt beperken, maar wel gevonden wilt kunnen worden via ChatGPT Search. Dan kan een configuratie er bijvoorbeeld zo uitzien:
User-agent: GPTBot
Disallow: /
User-agent: OAI-SearchBot
Allow: /
Hiermee geef je GPTBot de instructie om je website niet te crawlen, terwijl OAI-SearchBot toegang krijgt.
Dat is geen garantie dat je website daadwerkelijk in ChatGPT-antwoorden verschijnt. Het betekent alleen dat je die specifieke zoekcrawler niet via robots.txt blokkeert.
OpenAI gebruikt daarnaast ChatGPT-User voor bepaalde bezoeken die door een gebruiker worden gestart. Omdat dit geen gewone automatische zoekcrawler is, kunnen robots.txt-regels daar anders op van toepassing zijn.
De actuele verschillen staan beschreven in de officiële documentatie over OpenAI-crawlers.
En hoe zit het met Google-Extended?
Google heeft met Google-Extended een afzonderlijk controlemechanisme waarmee websitebeheerders bepaalde toepassingen van hun inhoud voor Google’s generatieve AI-systemen kunnen beperken.
Google-Extended is geen afzonderlijke crawler die zelfstandig je website bezoekt, maar een controletoken dat via robots.txt gebruikt wordt.
Belangrijk: Google-Extended blokkeren is niet hetzelfde als Googlebot blokkeren. Het betekent ook niet dat je pagina’s automatisch verdwijnen uit AI Overviews of andere AI-functies binnen Google Search.
Voor de AI-functies van Google Search blijven de gewone zoek- en previewinstellingen relevant. Denk bijvoorbeeld aan noindex, nosnippet en andere ondersteunde previewbeperkingen.

Wat is het verschil tussen robots.txt en llms.txt?
Door de opkomst van AI wordt ook steeds vaker gesproken over llms.txt.
Hoewel de bestandsnamen op elkaar lijken, hebben ze een ander doel.
Robots.txt is een gevestigde standaard voor het aansturen van crawlers. Llms.txt is een voorstel om AI-systemen een gestructureerd overzicht van relevante website-inhoud aan te bieden.
Het is dus geen vervanging voor robots.txt en biedt niet dezelfde controle over crawling.
In ons artikel llms.txt: nuttig voor AI-vindbaarheid of vooral hype? bekijken we wat dat bestand precies belooft en welke beperkingen er vandaag nog zijn.
Hoe controleer je of je robots.txt correct werkt?
Je hoeft geen programmeur te zijn om de basis van je robots.txt te controleren.
Begin door je domeinnaam te openen met /robots.txt erachter. Verschijnt er een tekstbestand, dan kun je de regels rechtstreeks bekijken.
Controleer vervolgens of er geen algemene blokkade staat die je volledige website uitsluit. Kijk ook of belangrijke onderdelen, zoals je dienstenpagina’s, blogartikelen en productpagina’s, toegankelijk blijven.
Voor een meer gerichte controle kun je gebruikmaken van Google Search Console.
Met de URL-inspectietool kun je onderzoeken of Google een specifieke pagina mag crawlen en welke indexeringsinformatie beschikbaar is. Daarnaast biedt Search Console informatie over de robots.txt-bestanden die Google voor je website heeft opgehaald.
De officiële robots.txt-documentatie van Google is een goede referentie wanneer je twijfelt over de werking van een bepaalde regel.
Controleer ook wat er na een wijziging gebeurt
Een robots.txt-aanpassing heeft niet noodzakelijk onmiddellijk effect. Zoekmachines bewaren het bestand tijdelijk en moeten gewijzigde regels opnieuw ophalen en verwerken.
Daarom is het verstandig om na een aanpassing belangrijke URL’s te controleren en eventuele crawlproblemen op te volgen.
Wil je daarnaast de technische kwaliteit van je website onderzoeken? Met Google Lighthouse kun je onder andere prestaties, toegankelijkheid en bepaalde technische SEO-aspecten analyseren. Voor de specifieke werking van robots.txt blijft Search Console de meest gerichte keuze.
Heeft robots.txt invloed op je SEO?
Ja, maar niet op de manier die soms wordt voorgesteld.
Een robots.txt-bestand is geen rechtstreekse rankingfactor waarmee je hoger in Google verschijnt. Door een extra regel toe te voegen, stijgt je website dus niet automatisch in de zoekresultaten.
Het bestand kan wel een belangrijke rol spelen in de technische toegankelijkheid van je website.
Wanneer zoekmachines je belangrijkste pagina’s niet mogen crawlen, kunnen ze de inhoud niet normaal verwerken. Omgekeerd kan het beperken van onnodige crawlactiviteiten op grote websites helpen om beschikbare crawlcapaciteit gerichter te benutten.
Dat brengt ons bij het begrip crawlbudget.
Wat is crawlbudget?
Crawlbudget verwijst naar de hoeveelheid URL’s die een zoekmachine binnen een bepaalde periode kan en wil crawlen.
Voor een kleine bedrijfswebsite met enkele tientallen pagina’s is crawlbudget doorgaans geen groot aandachtspunt. Google kan zulke websites meestal zonder problemen bezoeken.
Bij grote webshops, nieuwssites of websites met zeer veel URL-varianten kan dat anders liggen. Daar kunnen overbodige filterpagina’s, parameters en dubbele URL’s onnodig veel crawlactiviteit veroorzaken.
Robots.txt kan dan onderdeel zijn van een bredere strategie, samen met een goede URL-structuur, interne links, canonical-tags en een verzorgde XML-sitemap.
Wie zijn website beter vindbaar wil maken, moet dus verder kijken dan één technisch bestand. In ons artikel over hoger scoren in Google bespreken we de belangrijkste SEO-principes die samen het verschil maken.
Veelgestelde vragen over robots.txt
Is een robots.txt-bestand verplicht?
Nee. Een website heeft niet verplicht een robots.txt-bestand nodig. Als er geen geldig bestand aanwezig is, kunnen zoekmachines de website doorgaans crawlen, voor zover andere technische beperkingen dat toelaten. Je gebruikt robots.txt vooral wanneer je bepaalde crawlactiviteiten bewust wilt sturen.
Kan Google een geblokkeerde pagina toch indexeren?
Ja. Een URL die via robots.txt geblokkeerd is, kan onder bepaalde omstandigheden toch in de zoekresultaten verschijnen, bijvoorbeeld wanneer andere websites ernaar linken. Google kan de inhoud dan niet normaal crawlen, maar kent mogelijk wel het bestaan van de URL.
Kan ik robots.txt gebruiken om een pagina uit Google te verwijderen?
Niet betrouwbaar. Voor een toegankelijke pagina die je niet geïndexeerd wilt hebben, gebruik je doorgaans noindex. Voor vertrouwelijke informatie is toegangsbeveiliging noodzakelijk. Robots.txt is geen vervanging voor die maatregelen.
Hoe vaak leest Google mijn robots.txt?
Google haalt robots.txt regelmatig opnieuw op en bewaart het bestand doorgaans tijdelijk in een cache. Hoe snel een wijziging wordt verwerkt, kan variëren. Ga er daarom niet van uit dat nieuwe regels onmiddellijk door iedere crawler worden toegepast.
Is robots.txt hetzelfde als llms.txt?
Nee. Robots.txt bevat instructies over crawling. Llms.txt is een voorstel om AI-systemen te helpen relevante website-inhoud te vinden en te interpreteren. Het heeft niet dezelfde status of functie als robots.txt.
Moet ik AI-crawlers blokkeren?
Dat hangt af van je doelstellingen. Wil je vooral voorkomen dat bepaalde systemen je inhoud voor modeltraining crawlen, dan kun je specifieke bots beperken. Wil je juist zo goed mogelijk gevonden worden via AI-zoekfuncties, dan moet je opletten dat je de daarvoor gebruikte crawlers niet onbedoeld blokkeert.
Een klein bestand met grote gevolgen
Robots.txt is geen magische SEO-oplossing, maar wel een belangrijk onderdeel van de technische basis van je website.
Met de juiste regels kun je zoekmachinecrawlers helpen om je website efficiënter te bezoeken. Met verkeerde regels kun je echter ook belangrijke pagina’s onbedoeld afsluiten.
Het belangrijkste is daarom niet dat je robots.txt zoveel mogelijk instructies bevat, maar dat iedere regel een duidelijke reden heeft.
Bij The Other Concept bekijken we technische SEO altijd als onderdeel van het grotere geheel. Van websitestructuur en indexering tot laadsnelheid en vindbaarheid in zoekmachines en AI-toepassingen. Want een website moet niet alleen goed ogen en vlot werken, maar ook correct ontdekt en begrepen kunnen worden.
Ontdek hoe we dat aanpakken met SEO en AI-vindbaarheid.
Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026.
Deel
Gerelateerde artikelen
llms.txt: nuttig voor AI-vindbaarheid of vooral hype?
Websites worden niet langer alleen bezocht door mensen en traditionele zoekmachines. Ook AI-assistenten en agents halen informatie van het web om vragen te beantwoorden, documentatie te raadplegen of taken uit te voeren.
Daaruit ontstond een interessante vraag: kunnen we informatie op een website gemakkelijker toegankelijk maken voor deze systemen?
llms.txt probeert daar een antwoord op te bieden.
Het is een relatief nieuwe voorgestelde standaard waarmee je op een vaste plaats informatie en belangrijke bronnen van je website kunt aanbieden in een formaat dat gemakkelijk door taalmodellen en AI-agents verwerkt kan worden.
Maar rond llms.txt zijn ondertussen ook stevige claims ontstaan. Het zou de robots.txt voor AI zijn, noodzakelijk worden voor AI-vindbaarheid of ervoor zorgen dat je vaker in AI-antwoorden verschijnt.
Zo eenvoudig ligt het niet.
Wat is llms.txt?
llms.txt is een voorstel voor een standaard waarmee websites informatie beschikbaar kunnen maken voor Large Language Models (LLM’s) en AI-agents.
Het oorspronkelijke voorstel werd in september 2024 gepubliceerd door Jeremy Howard. In augustus 2026 verscheen versie 2 van de officiële llms.txt-specificatie, waarin het voorstel verder werd aangepast op basis van twee jaar praktijkervaring.
Het basisidee is eenvoudig.
Je plaatst een bestand met de naam:
llms.txt
op een vaste locatie van je website, bijvoorbeeld:
https://www.jouwdomein.be/llms.txt
In dat bestand geef je een korte beschrijving van de website en verwijs je naar belangrijke informatie en pagina’s.
Anders dan bijvoorbeeld een XML-sitemap gebruikt llms.txt daarvoor geen XML, maar Markdown.
Dat is bewust gekozen. Markdown bevat weinig overbodige opmaak en kan daardoor relatief eenvoudig door zowel mensen als machines gelezen en verwerkt worden.
Waarom werd llms.txt bedacht?
Een gewone webpagina is in eerste instantie voor mensen gebouwd.
Naast de eigenlijke inhoud bevat de HTML vaak navigatie, een footer, formulieren, scripts, advertenties, interactieve onderdelen en allerlei technische elementen.
Een browser weet hoe hij daar een visuele website van moet maken.
Een AI-agent die alleen bepaalde informatie nodig heeft, heeft al die elementen niet noodzakelijk nodig. Hij is vooral geïnteresseerd in de inhoud en de context daarvan.
De makers van llms.txt stellen daarom voor om belangrijke informatie op een compactere en voorspelbare manier beschikbaar te maken.
Het bestand functioneert daarbij eerder als een inhoudelijke wegwijzer voor AI-agents dan als een volledige kopie van je website.

Hoe ziet een llms.txt-bestand eruit?
Een llms.txt-bestand is verrassend eenvoudig.
Een vereenvoudigd voorbeeld voor een fictief webbureau zou er bijvoorbeeld zo kunnen uitzien:
# Voorbeeld Webbureau
> Webdesignbureau gespecialiseerd in websites, branding en SEO.
Wij ontwerpen en ontwikkelen websites voor bedrijven en organisaties.
## Diensten
- [Webdesign](https://theotherconcept.be/webdesign/): Websites op maat
- [Grafisch ontwerp](https://theotherconcept.be/grafisch-ontwerp-branding/): Branding en visuele identiteit
- [SEO](https://theotherconcept.be/seo-ai-vindbaarheid/): SEO en AI-vindbaarheid
## Kennisbank
- [Schema.org](https://theotherconcept.be/seo/schema-org/): Uitleg over structured data
- [XML-sitemap](https://theotherconcept.be/seo/xml-sitemap/): Uitleg over XML-sitemaps
## Contact
- [Contact](https://theotherconcept.be/contact/): Contactgegevens en aanvraagformulier
De huidige llms.txt-specificatie schrijft een eenvoudige structuur voor.
Een H1 met de naam van de website of het project vormt het verplichte onderdeel. Daarna kunnen een korte samenvatting, aanvullende informatie en verschillende H2-secties met relevante links volgen.
Je hoeft dus niet je volledige website in één gigantisch tekstbestand te kopiëren.
Het bestand helpt een systeem vooral begrijpen wat de website is en waar belangrijke informatie te vinden is.
llms.txt is geen robots.txt voor AI
Een vergelijking die je vaak tegenkomt is:
llms.txt is de robots.txt voor AI.
Dat klinkt aantrekkelijk, maar technisch klopt het niet.
Een robots.txt-bestand bevat regels waarmee website-eigenaars crawlers kunnen aangeven welke delen van een website ze wel of niet mogen crawlen.
llms.txt heeft een compleet andere functie.
Het probeert geen toegang te blokkeren of crawlrechten vast te leggen. Het biedt juist informatie en verwijzingen aan in een formaat dat gemakkelijk door AI-systemen verwerkt kan worden.
Heel eenvoudig:
robots.txt → instructies over crawling.
XML-sitemap → overzicht van belangrijke URL’s voor zoekmachines.
llms.txt → voorgestelde inhoudelijke wegwijzer voor AI-agents en LLM’s.
De bestanden kunnen dus naast elkaar bestaan omdat ze verschillende problemen proberen op te lossen.
Helpt llms.txt om beter gevonden te worden in Google?
Nee.
En dit is een belangrijke nuance.
Google heeft in juni 2026 expliciet verduidelijkt dat Google Search llms.txt niet nodig heeft en het bestand geen positieve of negatieve invloed heeft op zichtbaarheid of rankings.
Dat geldt ook voor de generatieve AI-functies binnen Google Search.
In zijn richtlijnen voor optimalisatie voor generatieve AI in Google Search geeft Google expliciet aan dat je geen speciale AI-bestanden, Markdown-versies of andere nieuwe machineleesbare bestanden hoeft te maken om in Google Search en zijn generatieve functies te verschijnen.
Een llms.txt-bestand toevoegen met de verwachting dat je daardoor hoger in Google komt of vaker in Google AI-antwoorden verschijnt, heeft volgens Google dus geen basis.

Heeft llms.txt dan helemaal geen nut?
Dat zou dan weer te kort door de bocht zijn.
Google Search gebruikt het bestand niet, maar dat betekent niet dat geen enkel ander systeem er iets mee kan.
De llms.txt-specificatie is ondertussen geëvolueerd naar versie 2 en wordt door verschillende websites en documentatieplatformen geïmplementeerd.
Een concreet voorbeeld is Cloudflare.
Cloudflare publiceert llms.txt-bestanden voor zijn documentatie en biedt daarnaast Markdown-versies van documentatiepagina’s aan. AI-agents kunnen zo rechtstreeks een overzicht van beschikbare documentatie raadplegen zonder eerst de volledige website-interface te moeten interpreteren.
Dat laat meteen zien waar llms.txt vandaag vooral interessant kan zijn: uitgebreide documentatie en websites waarvan informatie actief door AI-agents gebruikt wordt.
llms.txt versus llms-full.txt
Naast llms.txt kom je soms ook llms-full.txt tegen.
Dat is niet hetzelfde.
Een llms.txt-bestand is vooral bedoeld als overzicht of index. Het bevat context en verwijzingen naar relevante informatie.
Een llms-full.txt-bestand kan daarentegen veel meer inhoud rechtstreeks bundelen.
Cloudflare gebruikt bijvoorbeeld beide:
llms.txt bevat een gestructureerde directory van documentatie.
llms-full.txt bevat de inhoud van documentatie in één groter tekstbestand voor toepassingen zoals offline indexering en verwerking door modellen met een groot contextvenster.
Voor een gewone bedrijfswebsite is zo’n gigantisch bestand lang niet altijd nodig.
Ook hier geldt: meer informatie aanbieden is niet automatisch beter.
Versie 2 maakt llms.txt beter vindbaar voor agents
Een interessante ontwikkeling kwam er in augustus 2026 met versie 2 van het voorstel.
Een probleem met de oorspronkelijke aanpak was namelijk vrij fundamenteel.
Hoe weet een AI-agent die op een willekeurige webpagina terechtkomt dat er ergens een llms.txt-bestand of Markdown-versie beschikbaar is?
Versie 2 introduceert daarvoor standaard linkrelaties.
Met rel="describedby" kan een pagina verwijzen naar het llms.txt-bestand dat erop van toepassing is.
Met:
rel="alternate" type="text/markdown"
kan een website aangeven dat er ook een Markdown-versie van een pagina beschikbaar is.
Dat kan bijvoorbeeld via HTML of HTTP-headers gebeuren.
Het idee is dat agents daardoor minder hoeven te gokken waar machinevriendelijke versies van informatie te vinden zijn.
Wat heeft llms.txt met AI-vindbaarheid te maken?
Hier wordt het onderwerp interessanter voor bedrijven.
Wanneer we spreken over AI-vindbaarheid, gaat het uiteindelijk over de vraag hoe gemakkelijk machines betrouwbare informatie over een organisatie, product, dienst of onderwerp kunnen vinden, begrijpen en gebruiken.
llms.txt past binnen die gedachte.
Je kunt expliciet beschrijven wat je website doet en verwijzen naar de pagina’s die daarvoor de belangrijkste informatie bevatten.
Maar daaruit volgt niet automatisch dat een taalmodel die informatie ook daadwerkelijk gebruikt.
Een AI-systeem moet het bestand kennen, kunnen ophalen én ervoor kiezen om de informatie te verwerken.
Er bestaat momenteel geen universele afspraak dat alle belangrijke AI-systemen bij iedere website automatisch naar /llms.txt kijken.
Daarom zou ik llms.txt vandaag zien als een aanvullende technische laag, niet als fundament van AI-vindbaarheid.
En hoe verschilt llms.txt van Schema.org?
Ook Schema.org wordt vaak genoemd wanneer het over machineleesbare websites gaat.
Toch lossen beide iets anders op.
Schema.org voegt gestructureerde betekenis toe aan informatie op een webpagina.
Je kunt bijvoorbeeld expliciet aangeven dat iets een organisatie, persoon, product, artikel of evenement is. Eigenschappen kunnen vervolgens beschrijven welke naam, auteur, prijs of datum daarbij hoort.
llms.txt is veel meer een gecureerde toegangspoort tot informatie.
Je zegt als het ware:
Dit is onze website, dit is wat we doen en hier vind je de belangrijkste bronnen.
Bij Schema.org beschrijf je dus vooral de betekenis en relaties van gegevens. Met llms.txt organiseer en presenteer je belangrijke bronnen voor systemen die de standaard ondersteunen.
Ze kunnen elkaar daarom aanvullen, maar zijn niet onderling uitwisselbaar.
Is llms.txt interessant voor een gewone bedrijfswebsite?
Dat hangt ervan af.
Voor een grote documentatiewebsite, softwareplatform of API-provider is de toepassing vrij duidelijk. AI-agents hebben daar vaak behoefte aan actuele, technische informatie en kunnen via llms.txt gemakkelijker relevante documentatie vinden.
Voor een lokale onderneming met vijf pagina’s is de toegevoegde waarde veel minder duidelijk.
Zo’n website is voor moderne crawlers doorgaans al relatief eenvoudig te verwerken.
Toch kan het interessant zijn om met llms.txt te experimenteren wanneer je website veel inhoud bevat of wanneer AI-vindbaarheid bewust onderdeel is van je digitale strategie.
De technische implementatie kan bovendien relatief eenvoudig zijn.
Alleen zou ik andere werkzaamheden er niet voor laten liggen.
Wat is belangrijker dan llms.txt?
Voordat je tijd investeert in nieuwe AI-specifieke technieken, moet de basis goed zitten.
Voor Google zelf is de boodschap daarover behoorlijk duidelijk: de principes die al gelden voor Search blijven ook relevant voor de AI-functies binnen Google Search.
Denk onder andere aan:
- inhoud die daadwerkelijk antwoord geeft op vragen van je doelgroep;
- pagina’s die technisch toegankelijk en crawlbaar zijn;
- een duidelijke websitestructuur en relevante interne links;
- correcte en consistente informatie over je organisatie;
- goede titels en duidelijke contentstructuur;
- technisch correcte structured data waar die relevant is;
- originele informatie, expertise en inhoud die iets toevoegt.
Een perfect llms.txt-bestand kan zwakke, onduidelijke of onbetrouwbare websitecontent niet repareren. Het kan informatie gemakkelijker toegankelijk maken voor systemen die de standaard ondersteunen, maar machineleesbaarheid is niet hetzelfde als betrouwbaarheid.
Dat onderscheid kan zelfs belangrijker worden naarmate steeds meer online content met generatieve AI wordt geproduceerd. Wanneer AI-gegenereerde informatie opnieuw als bron voor andere websites en AI-systemen dient, wordt het steeds relevanter om te weten waar informatie oorspronkelijk vandaan komt. In als AI het internet schrijft, waar haalt AI straks zijn kennis vandaan? gaan we dieper in op AI-gegenereerde content, model collapse en het risico dat herhaling uiteindelijk op consensus begint te lijken.
Dat geldt overigens voor veel nieuwe technieken rond AI-optimalisatie. Nieuwe standaarden kunnen interessant zijn, maar ze vervangen originele informatie, betrouwbare bronnen en echte expertise niet.
Moet je nu een llms.txt-bestand toevoegen?
Voor de meeste bedrijfswebsites zou ik het vandaag als optioneel beschouwen.
Heb je een grote kennisbank, technische documentatie of veel inhoud die door AI-agents gebruikt kan worden? Dan wordt het interessanter.
Heb je een kleine website en moet je kiezen tussen een llms.txt-bestand maken of belangrijke pagina’s inhoudelijk verbeteren? Dan zou ik eerst de pagina’s verbeteren.
Het bestand is relatief eenvoudig te implementeren, dus experimenteren kan weinig kwaad zolang de informatie correct onderhouden wordt.
Verwacht alleen geen meetbare SEO-boost puur omdat het bestand bestaat.
Wat zou je erin kunnen opnemen?
Voor een bedrijfswebsite kun je bijvoorbeeld denken aan:
- een korte, feitelijke omschrijving van de onderneming;
- de belangrijkste diensten of producten;
- belangrijke kennis- of documentatiepagina’s;
- informatie over de organisatie;
- contact- of supportdocumentatie;
- andere bronnen die voor een AI-agent daadwerkelijk nuttig kunnen zijn.
Probeer vooral niet om er een document vol marketingclaims van te maken.
Een compacte, feitelijke structuur is veel logischer voor het doel waarvoor het bestand bedacht werd.
Kan llms.txt robots.txt vervangen?
Nee.
Het is belangrijk dat beide niet met elkaar verward worden.
Een robots.txt-bestand heeft een gevestigde functie binnen crawling op het web. Je kunt er crawlers mee aangeven welke URL-paden ze wel of niet mogen benaderen volgens het Robots Exclusion Protocol.
llms.txt regelt dergelijke toegangsrechten niet.
Wil je bepaalde AI-crawlers blokkeren of beperken, dan is een llms.txt-bestand daarvoor dus niet het juiste mechanisme.
Dat onderscheid wordt extra belangrijk nu website-eigenaars steeds bewuster nadenken over welke bots hun content mogen crawlen en waarvoor die content vervolgens gebruikt kan worden.
llms.txt is interessant, maar geen wondermiddel
llms.txt is een interessant voorbeeld van hoe het web zich probeert aan te passen aan een wereld waarin niet alleen mensen en zoekmachines websites bezoeken, maar ook steeds meer AI-agents.
De aanpak is logisch: geef machines een compacte, gestructureerde ingang naar belangrijke informatie en maak relevante content indien mogelijk beschikbaar in een eenvoudig te verwerken formaat.
De standaard wordt ondertussen daadwerkelijk gebruikt en versie 2 lost enkele praktische problemen rond vindbaarheid op.
Maar daar moeten we geen grotere beloftes aan koppelen dan we kunnen onderbouwen.
Google Search gebruikt llms.txt niet en het bestand verbetert je rankings of zichtbaarheid binnen Google niet. Andere systemen kunnen er wél gebruik van maken en vooral voor documentatie en agentgerichte toepassingen zien we concrete implementaties.
Bij The Other Concept bekijken we llms.txt daarom als één mogelijk onderdeel van een bredere aanpak rond SEO en AI-vindbaarheid.
Eerst zorgen dat je informatie goed, duidelijk en technisch toegankelijk is. Daarna kunnen nieuwe standaarden zoals llms.txt een interessante extra laag vormen.
Laatst bijgewerkt op 30 september 2026.
Deel
Gerelateerde artikelen
Schema.org: wat is structured data en waarom is het belangrijk?
Een bezoeker begrijpt meestal onmiddellijk wat hij op een webpagina ziet. Een naam is een bedrijfsnaam, een bedrag is de prijs van een product en vijf sterren naast een testimonial stellen waarschijnlijk een beoordeling voor.
Voor zoekmachines ligt dat anders.
HTML vertelt vooral hoe een pagina is opgebouwd. Met Schema.org kun je extra informatie toevoegen die expliciet beschrijft wat bepaalde gegevens betekenen. Je vertelt een zoekmachine bijvoorbeeld dat iets een organisatie, persoon, artikel, product, evenement of adres is.
Die informatie noemen we structured data of gestructureerde gegevens.
Schema.org is daarmee een interessante aanvulling op technische SEO. Niet omdat enkele regels code je website plots hoger in Google plaatsen, maar omdat je machines helpt de inhoud en betekenis van je website beter te begrijpen.
Wat is Schema.org?
Schema.org is een gezamenlijke standaard voor gestructureerde gegevens op het web.
Het project werd oorspronkelijk opgericht door Google, Microsoft, Yahoo en Yandex en wordt vandaag verder ontwikkeld als een open communityproject.
Schema.org bevat een uitgebreide woordenschat waarmee je kunt beschrijven wat bepaalde informatie op een webpagina voorstelt.
Stel bijvoorbeeld dat ergens op een website staat:
The Other Concept
Voor een bezoeker kan uit de context duidelijk zijn dat dit de naam van een onderneming is. Met Schema.org kun je die betekenis expliciet maken door aan te geven dat The Other Concept een Organization of, wanneer toepasselijk, een specifieker bedrijfstype is.
Hetzelfde kun je doen met een artikel, auteur, product, vacature, evenement, recept of locatie.
Schema.org bevat daarvoor honderden verschillende types en nog veel meer eigenschappen waarmee die types verder beschreven kunnen worden.

Wat is structured data?
Schema.org en structured data worden vaak als synoniemen gebruikt, maar technisch gezien zijn ze niet helemaal hetzelfde.
Schema.org is de woordenschat.
Structured data is de manier waarop je informatie gestructureerd aan machines doorgeeft.
Je kunt het vergelijken met een taal en een zin die je met die taal schrijft.
Schema.org bepaalt bijvoorbeeld dat er een type Article bestaat en dat je daar eigenschappen zoals een titel, auteur en publicatiedatum aan kunt koppelen.
Vervolgens plaats je die informatie in een formaat dat machines kunnen lezen.
Schema.org kan onder andere gebruikt worden via Microdata, RDFa en JSON-LD. Voor veel moderne implementaties is JSON-LD bijzonder praktisch, omdat de structured data los van de zichtbare HTML kan worden opgenomen.
Hoe ziet Schema.org eruit?
Stel dat je een blogartikel publiceert met de titel Wat is Schema.org?. Met JSON-LD zou een sterk vereenvoudigd voorbeeld er ongeveer zo kunnen uitzien:
<script type="application/ld+json">
{
"@context": "https://schema.org",
"@type": "BlogPosting",
"headline": "Wat is Schema.org?",
"author": {
"@type": "Organization",
"name": "The Other Concept"
},
"publisher": {
"@type": "Organization",
"name": "The Other Concept"
}
}
</script>
Een gewone bezoeker hoeft deze code niet te zien.
Voor machines bevat ze daarentegen expliciete informatie. We vertellen onder andere dat deze pagina een blogpost bevat en dat The Other Concept eraan gekoppeld is als auteur en uitgever.
In werkelijkheid kan een implementatie uitgebreider zijn. Bij een artikel kun je bijvoorbeeld ook de publicatiedatum, wijzigingsdatum, afbeeldingen en URL van de auteur meegeven.
Google ondersteunt voor artikels onder andere de Schema.org-types Article, NewsArticle en BlogPosting.
Waarom gebruiken zoekmachines structured data?
Een zoekmachine probeert voortdurend te begrijpen wat een pagina betekent.
De woorden op de pagina, titels, interne links, afbeeldingen en algemene structuur leveren daarvoor allerlei signalen. Interne links helpen daarbij om relaties tussen pagina’s en onderwerpen zichtbaar te maken, terwijl structured data expliciete machineleesbare informatie aan de inhoud toevoegt.
Je laat daardoor een deel van de betekenis minder aan interpretatie over.
Dat betekent niet dat Google blindelings gelooft wat je in je Schema.org-code zet. De structured data moet overeenkomen met de daadwerkelijke inhoud van de pagina.
Het voordeel zit vooral in duidelijkheid.
Met de juiste structured data kan een zoekmachine bijvoorbeeld beter herkennen:
- welke organisatie bij een website hoort;
- wie een artikel geschreven heeft;
- dat een pagina over een specifiek product gaat;
- wat de prijs en beschikbaarheid van dat product zijn;
- dat bepaalde informatie een evenement of vacature beschrijft;
- hoe verschillende onderdelen van een website met elkaar samenhangen.
Die expliciete betekenis is precies waarom structured data interessant is binnen technische SEO.
Schema.org en rich results in Google
Structured data kan in bepaalde gevallen ook gebruikt worden om pagina’s in aanmerking te laten komen voor uitgebreidere zoekresultaten.
Google noemt die rich results.
Afhankelijk van het type content kan Google extra informatie uit structured data gebruiken om een zoekresultaat anders weer te geven. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde productinformatie, recepten of evenementen.
Maar hier is een belangrijke nuance nodig:
Schema.org toevoegen betekent niet automatisch dat je een rich result krijgt.
Google bepaalt zelf welke zoekresultaten en functies worden weergegeven. Bovendien ondersteunt Google voor zoekfuncties slechts een selectie van de veel grotere Schema.org-woordenschat.
Je moet daarom onderscheid maken tussen twee dingen:
Schema.org gebruiken om informatie semantisch te beschrijven
en
structured data gebruiken die door Google voor een specifieke zoekfunctie wordt ondersteund.
Dat zijn niet noodzakelijk dezelfde zaken.
Wie structured data implementeert met een specifiek Google-resultaat als doel, controleert daarom het best de actuele Google Search Gallery met ondersteunde structured data.
Zorgt Schema.org voor hogere posities in Google?
Dit is waarschijnlijk de belangrijkste misvatting rond structured data.
Schema.org is geen knop waarmee je rechtstreeks een hogere positie in Google koopt.
Je kunt dus niet simpelweg zoveel mogelijk schema’s aan een website toevoegen en verwachten dat je daardoor boven concurrenten verschijnt.
Structured data helpt zoekmachines vooral om de informatie op een pagina explicieter te begrijpen en kan, wanneer Google het betreffende type ondersteunt, helpen om in aanmerking te komen voor bepaalde zoekfuncties.
Goede SEO blijft veel breder.
Technische kwaliteit, relevante content, interne structuur, autoriteit, gebruiksvriendelijkheid en de mate waarin een pagina aansluit bij de zoekintentie blijven allemaal belangrijk.
Zie Schema.org daarom als een extra informatielaag bovenop een website die inhoudelijk en technisch al goed in elkaar zit.
Welke Schema.org-types zijn interessant voor een bedrijfswebsite?
Welke structured data nuttig is, hangt volledig af van de website.
Een lokale onderneming heeft andere informatie dan een webshop of nieuwssite.
Toch zijn er enkele types die regelmatig relevant kunnen zijn.
Organization en LocalBusiness
Met Organization kun je informatie over een organisatie structureren.
Voor lokale bedrijven bestaan daarnaast LocalBusiness en verschillende specifiekere subtypes.
Daarbij kunnen eigenschappen worden gekoppeld zoals de naam, URL, logo, contactgegevens en andere informatie die daadwerkelijk bij de organisatie hoort.
Het doel is niet om ieder denkbaar veld in te vullen. Voeg vooral correcte informatie toe die relevant is voor de onderneming en overeenkomt met wat op de website wordt gecommuniceerd.
Article en BlogPosting
Voor artikels zoals deze kan Article of het specifiekere BlogPosting gebruikt worden.
Daarmee kun je bijvoorbeeld duidelijk maken wat de titel is, wanneer het artikel gepubliceerd en aangepast werd en wie de auteur is.
Google geeft aan dat Article structured data kan helpen om meer informatie over een artikel te begrijpen, zoals de auteur, titel, afbeeldingen en datums.
Dat maakt correcte publicatie- en wijzigingsdatums extra interessant. Zeker wanneer oudere content regelmatig wordt geactualiseerd.
Product
Voor webshops is Product een belangrijk Schema.org-type.
Je kunt daarmee productinformatie structureren en koppelen aan bijvoorbeeld een merk, SKU en aanbiedingen. Binnen een Offer kunnen vervolgens gegevens zoals prijs, valuta en beschikbaarheid worden opgenomen.
Google ondersteunt uitgebreide structured data voor producten en kan dergelijke informatie gebruiken voor verschillende productgerelateerde ervaringen in Search.
BreadcrumbList
Breadcrumbs maken duidelijk waar een pagina zich binnen de structuur van een website bevindt.
Met BreadcrumbList kan die hiërarchie ook als structured data beschreven worden.
Dat is een mooi voorbeeld van Schema.org dat aansluit bij iets wat bezoekers eveneens helpt: een logische websitestructuur.
Moet je FAQ-schema aan je FAQ toevoegen?
Hier is het belangrijk om niet met verouderd SEO-advies te werken.
Jarenlang werd aangeraden om FAQ-secties bijna standaard van FAQPage-structured data te voorzien omdat Google vragen en antwoorden uitgebreid in de zoekresultaten kon weergeven.
Dat landschap is veranderd.
Google beperkt de zichtbaarheid van FAQ-rich results sterk en geeft aan dat deze voornamelijk beschikbaar zijn voor bekende, gezaghebbende websites binnen overheid en gezondheid.
Dat betekent niet dat een FAQ op je website plots geen waarde meer heeft.
Integendeel: een goede FAQ kan bezoekers snel antwoord geven, relevante onderwerpen behandelen en een pagina inhoudelijk completer maken.
Maar FAQ-schema toevoegen puur omdat je verwacht daarmee extra ruimte in Google in te nemen, is voor een doorsnee bedrijfswebsite geen sterke strategie meer.
Dit illustreert meteen waarom structured data onderhouden moet worden: zoekmachines veranderen regelmatig welke markup ze daadwerkelijk voor zoekfuncties gebruiken.
En wat betekent Schema.org voor AI-vindbaarheid?
Hier wordt het bijzonder interessant.
Zoekmachines zijn niet langer de enige systemen die informatie op websites proberen te interpreteren. AI-zoekmachines, assistenten en andere systemen proberen eveneens te begrijpen welke bedrijven, personen, producten, diensten en onderwerpen op het web beschreven worden.
Structured data is daarbij aantrekkelijk omdat informatie expliciet en machineleesbaar wordt gemaakt.
Maar ook hier moeten we voorzichtig zijn met grote claims.
Er is geen universele regel die zegt dat het toevoegen van Schema.org ervoor zorgt dat ChatGPT, Google AI Overviews of andere AI-systemen jouw bedrijf vaker zullen noemen.
Structured data is dus geen gegarandeerde snelweg naar AI-zichtbaarheid.
Wel past het principe uitstekend binnen een bredere aanpak rond SEO en AI-vindbaarheid: zorg dat belangrijke informatie over je organisatie, diensten, auteurs en content duidelijk, consistent en technisch begrijpelijk wordt aangeboden.
Schema.org kan daar één onderdeel van zijn.
Structured data is overigens niet de enige manier waarop informatie specifiek voor machines gestructureerd kan worden aangeboden. Een recenter initiatief is llms.txt, een voorgestelde standaard die AI-agents naar belangrijke informatie en bronnen op een website kan leiden. Beide hebben een andere functie: Schema.org beschrijft de betekenis van gegevens op een pagina, terwijl llms.txt vooral als gecureerde toegangspoort tot informatie bedoeld is.

Meer Schema.org is niet automatisch beter
Wanneer mensen structured data ontdekken, ontstaat soms de neiging om zoveel mogelijk schema’s toe te voegen.
Dat is niet het doel.
Structured data moet beschrijven wat daadwerkelijk op je website aanwezig is.
Een dienst wordt geen product omdat je graag Product-schema wilt gebruiken. Een verzameling testimonials mag je niet zomaar omvormen tot structured data met fantastische ratings wanneer die markup niet aan de relevante richtlijnen voldoet.
Hetzelfde geldt voor informatie die niet zichtbaar of controleerbaar op de pagina aanwezig is.
Een goede implementatie is daarom eerder correct en doelgericht dan zo uitgebreid mogelijk.
Gebruik het meest specifieke type dat werkelijk bij de content past, vul relevante eigenschappen in en zorg ervoor dat de gegevens overeenkomen met de informatie die bezoekers zien.
Hoe voeg je Schema.org toe aan WordPress?
Wie WordPress gebruikt, hoeft niet noodzakelijk iedere regel JSON-LD zelf te schrijven.
SEO-plugins en andere gespecialiseerde plugins kunnen automatisch bepaalde structured data genereren voor onder andere websites, organisaties, personen, artikels en breadcrumbs.
Dat is handig, maar automatisering betekent niet dat je er niet meer naar hoeft te kijken.
Controleer bijvoorbeeld of de plugin de juiste organisatiegegevens gebruikt, of auteurs correct worden aangeduid en welk type aan verschillende pagina’s wordt toegekend.
Bij complexere websites kan daarnaast aangepaste structured data nodig zijn.
Let vooral op wanneer meerdere plugins tegelijk Schema.org genereren. Twee plugins kunnen dezelfde organisatie, breadcrumbs of andere informatie ieder op hun eigen manier toevoegen. Dat hoeft technisch niet altijd fout te zijn, maar kan wel tot onnodige of tegenstrijdige markup leiden.
Hoe controleer je structured data?
Na implementatie moet je structured data testen.
Daarvoor zijn twee tools bijzonder nuttig.
Google Rich Results Test
Met de Rich Results Test van Google kun je controleren of Google ondersteunde structured data op een pagina detecteert en of er problemen zijn die de geschiktheid voor rich results beïnvloeden.
De tool is vooral interessant wanneer je markup gebruikt waarvoor Google een specifieke zoekfunctie ondersteunt.
Schema.org Validator
Daarnaast bestaat de Schema.org Validator.
Deze kijkt breder naar Schema.org-markup en is daardoor ook nuttig voor types en eigenschappen die niet noodzakelijk gekoppeld zijn aan een Google rich result.
Het verschil is belangrijk.
Een Schema.org-implementatie kan technisch geldig zijn zonder dat Google daar een speciaal zoekresultaat voor aanbiedt.

Schema.org is geen SEO-truc, maar een extra informatielaag
Structured data is op zijn best wanneer je het niet als truc behandelt.
Een zoekmachine probeert te begrijpen wat je website vertelt. Schema.org geeft je een gestandaardiseerde manier om een deel van die betekenis expliciet te maken.
Je kunt aangeven dat iets een organisatie is, dat een bepaalde persoon een artikel geschreven heeft, dat een pagina een product beschrijft of dat een reeks links een breadcrumb vormt.
Dat kan zoekmachines helpen om informatie beter te interpreteren en kan voor ondersteunde contenttypes bijdragen aan uitgebreidere zoekresultaten.
Tegelijk vervangt Schema.org geen sterke content, goede websitestructuur of technische SEO.
Bij The Other Concept bekijken we structured data daarom als onderdeel van een bredere aanpak rond SEO en AI-vindbaarheid. Niet zoveel mogelijk markup toevoegen, maar de juiste informatie op een technisch correcte en begrijpelijke manier aanbieden.
Want uiteindelijk draait Schema.org om iets heel eenvoudigs: machines duidelijker vertellen wat mensen op je website vanzelf begrijpen.
Laatst bijgewerkt op 29 september 2026.
Deel
Gerelateerde artikelen
A/B-testing
Succesvolle websites worden niet gebouwd op buikgevoel, maar op data. Met A/B-testing ontdek je precies wat werkt voor jouw bezoekers en wat niet. Door twee of meer versies van een pagina-element te testen, zoals een knop, koptekst of afbeelding, leer je welke versie het meest bijdraagt aan jouw doelen – of dat nu meer klikken, inschrijvingen of aankopen zijn.
Zonder testen baseer je beslissingen op aannames. Met A/B-testing elimineer je giswerk en optimaliseer je je website op basis van gebruikersgedrag.
Wat is A/B-testing precies?
Bij A/B-testing toon je willekeurige bezoekers twee verschillende versies van een webpagina of onderdeel ervan: versie A (de controleversie) en versie B (de variant). Vervolgens meet je welk ontwerp beter presteert.
Voorbeelden van wat je kunt testen zijn:
- Knoptekst (bijvoorbeeld Bestel nu vs. Probeer gratis)
- Kleur van call-to-action-knoppen
- Kopteksten en afbeeldingen
- Lengte van formulieren
- Plaatsing van klantreviews
Vooral elementen boven de vouwlijn zijn interessante kandidaten voor zo’n test. Een andere headline, hero-afbeelding of call-to-action kan immers veranderen wat een bezoeker ziet en doet voordat hij verder door de pagina scrolt.
De kracht zit in het testen van kleine aanpassingen met een grote impact.
Waarom is A/B-testing belangrijk?
A/B-testing geeft je inzicht in het gedrag van je bezoekers. In plaats van te raden wat werkt, zie je welke versie echt resultaat oplevert. Dit leidt tot:
- Hogere conversies – Meer leads, verkopen of inschrijvingen.
- Minder bounce – Bezoekers blijven langer omdat de ervaring aansluit bij hun verwachtingen.
- Betere gebruikerservaring – Door frustraties weg te nemen verbeter je de beleving.
- Efficiëntere marketing – Je haalt meer uit hetzelfde verkeer.
Bovendien helpt A/B-testing om interne discussies over ontwerpkeuzes objectief te onderbouwen met data.

A/B-testing en SEO: vriend of vijand?
Sommige ondernemers vrezen dat A/B-testing invloed heeft op hun zoekmachinepositie. Goed nieuws: als je het correct uitvoert, is A/B-testen volledig veilig voor SEO.
Google moedigt A/B-tests zelfs aan, zolang je:
- De test tijdelijk houdt (geen maandenlang testen zonder einde).
- Geen misleidende redirects gebruikt.
- De canonical-tag correct toepast naar de originele versie.
Meer informatie hierover vind je in Google’s officiële richtlijnen over A/B-testing.
Welke tools kun je gebruiken?
Er zijn verschillende tools beschikbaar voor het uitvoeren van A/B-tests – van eenvoudig tot geavanceerd. Enkele populaire opties:
Deze tools bieden visuele editors, statistieken en ondersteuning voor complexe tests zoals multivariate testing of split-URL testing.
Tips voor effectieve A/B-tests
Om het meeste uit je A/B-test te halen, volg je best deze best practices:
- Test één element tegelijk. Zo weet je wat écht het verschil maakt.
- Stel duidelijke doelen in (bv. klikpercentage, aankoop, formulierinzending).
- Laat je test lang genoeg lopen voor statistische betrouwbaarheid.
- Analyseer niet te snel: laat de data spreken.
- Herhaal: optimalisatie is een doorlopend proces.
Gebruik bijvoorbeeld een tool als Hotjar naast je test om klik- en scrollgedrag in kaart te brengen. Zo begrijp je niet alleen wat, maar ook waarom iets werkt.
Conclusie
Met A/B-testing neem je beslissingen op basis van feiten in plaats van aannames. Door te experimenteren met variaties op je website, verbeter je de gebruikerservaring én je conversieresultaten. Of je nu een webshop runt of een dienstenpagina beheert – testen is de snelste weg naar groei.
Begin klein, test gericht en blijf optimaliseren. Je website en je bezoekers zullen je dankbaar zijn.
Laatst bijgewerkt op 28 september 2026.
Deel
Gerelateerde artikelen
Waarom een goede over ons-pagina belangrijk is
Je over ons-pagina is veel meer dan een plek voor een korte bedrijfsgeschiedenis. Voor potentiële klanten is het vaak de pagina waarop ze bepalen wie er achter een onderneming zit, waar die voor staat en of ze er vertrouwen in hebben. Bovendien kan duidelijke informatie over je bedrijf, expertise en mensen ook bijdragen aan de bredere betrouwbaarheid van je website.
Meer dan een verplicht nummertje
Veel websites behandelen de over ons-pagina als iets dat er nu eenmaal bij hoort. Een korte bedrijfsgeschiedenis, enkele algemene zinnen over kwaliteit en service en klaar. Daarmee laat je echter een mooie kans liggen.
Iemand die je over ons-pagina bezoekt, kent je bedrijf vaak al een beetje. Misschien heeft die persoon je diensten bekeken, een project gezien of je via Google gevonden. De volgende vraag is dan logisch: wie zit hier eigenlijk achter?
Dat maakt deze pagina bijzonder interessant. Je hoeft bezoekers niet meer uit te leggen dát je bestaat, maar wel waarom ze voor jou zouden kunnen kiezen.
Vertrouwen begint bij echte mensen
Zeker bij diensten koopt een klant niet alleen een product. Je gaat vaak voor langere tijd samenwerken met een persoon of team. Foto’s, namen en een persoonlijke voorstelling maken een bedrijf daarom veel tastbaarder.
Gebruik daarbij bij voorkeur echte beelden in plaats van generieke stockfoto’s. Een professionele foto van je team, kantoor of werkplek vertelt meestal meer over je onderneming dan een perfect uitgelichte foto van mensen die niets met je bedrijf te maken hebben.
Maak duidelijk wat je anders doet
Je over ons-pagina hoeft geen kopie te zijn van je dienstenpagina’s. Gebruik ze om te vertellen waarom je bepaalde keuzes maakt en hoe je werkt.
Wat vinden jullie belangrijk? Hoe is het bedrijf ontstaan? Welke ervaring neem je mee? Waarom kiezen klanten voor jullie? Wat mogen ze verwachten van een samenwerking? Net die informatie maakt een bedrijf herkenbaar en helpt potentiële klanten bepalen of er een goede match is.

Een over ons-pagina en SEO
Een over ons-pagina is geen magische SEO-truc die je website plots hoger in Google laat verschijnen. Ze kan wel bijdragen aan een duidelijker en betrouwbaarder beeld van de organisatie achter een website.
Google moedigt website-eigenaars bijvoorbeeld aan om duidelijk te maken wie content heeft gemaakt en welke expertise daarachter zit. Dat sluit aan bij de principes rond Experience, Expertise, Authoritativeness en Trustworthiness, beter bekend als E-E-A-T.
Toon je ervaring in plaats van ze alleen te benoemen
We hebben jarenlange ervaring of we zijn experts in ons vak kan iedereen schrijven. Maak zulke uitspraken daarom concreet. Vertel bijvoorbeeld hoe lang je actief bent, voor welke soorten klanten je werkt, welke specialisaties je hebt of welke relevante opleidingen en certificaten er zijn.
Verwijs waar mogelijk ook naar gerealiseerde projecten, cases of resultaten die je expertise ondersteunen. Zo krijgen bezoekers niet alleen een bewering te zien, maar ook redenen om ze te geloven.
Gebruik interne links om je verhaal te ondersteunen
Een goede over ons-pagina staat niet op zichzelf. Vertel je bijvoorbeeld dat je gespecialiseerd bent in digitale communicatie, dan kun je doorlinken naar je diensten rond webdesign. Heb je het over ervaring of gerealiseerd werk, dan kan een link naar relevante cases bezoekers helpen om die expertise zelf te bekijken.
Ook voor zoekmachines zijn interne links nuttig. In zijn Search Essentials raadt Google onder andere aan om links crawlbaar te maken en beschrijvende woorden te gebruiken in linkteksten. Een link als bekijk onze webdesignprojecten geeft daarom meer context dan een algemeen lees meer.
En wat met AI-vindbaarheid?
Zoeken gebeurt niet langer uitsluitend via een klassieke lijst met zoekresultaten. Generatieve zoekervaringen proberen informatie uit verschillende bronnen te begrijpen, te combineren en rechtstreeks te beantwoorden.
Dat betekent niet dat je plots een volledig andere website voor AI moet bouwen. Google geeft voor AI Overviews en AI Mode zelfs expliciet aan dat de bestaande SEO-principes de basis blijven en dat er geen speciale technische optimalisaties nodig zijn om voor deze AI-functies in aanmerking te komen.
Een goede over ons-pagina kan binnen dat bredere geheel wel nuttige context bieden. Ze brengt informatie samen over je organisatie, mensen, expertise, specialisaties en ervaring. Zo wordt duidelijker wie je bent en waar je kennis ligt.
Zie dit niet als een truc om automatisch in AI-antwoorden te verschijnen. Daar bestaan geen garanties voor. Duidelijke, originele en betrouwbare informatie vormt wel een veel sterkere basis dan algemene marketingteksten zonder concrete inhoud. Meer over die evolutie lees je ook bij onze kennis en inzichten over SEO en AI-vindbaarheid.
Wat moet er op een goede over ons-pagina staan?
Er bestaat geen vaste formule die voor ieder bedrijf werkt. Een zelfstandige fotograaf vraagt om een andere voorstelling dan een advocatenkantoor of technisch B2B-bedrijf. Toch zijn er een aantal elementen die bijna altijd de moeite waard zijn.
1. Vertel je verhaal
Vertel hoe en waarom je onderneming is ontstaan. Dat hoeft geen uitgebreide tijdlijn te worden. Kies vooral de momenten en ideeën die iets vertellen over het bedrijf dat je vandaag bent.
Een goed verhaal maakt je onderneming menselijker. Het geeft bezoekers bovendien informatie die ze niet gewoon op je dienstenpagina kunnen terugvinden.
2. Laat zien wie er achter het bedrijf zit
Mensen werken met mensen. Toon daarom wie klanten aan de telefoon krijgen, wie hun website ontwerpt, wie hun dossier behandelt of wie hun bestelling klaarmaakt.
Een naam, functie, foto en korte persoonlijke voorstelling zijn vaak voldoende. Bij een groter team kun je eventueel doorklikken naar individuele profielen.
3. Benoem waar je voor staat
Missie en waarden kunnen nuttig zijn, maar alleen wanneer ze daadwerkelijk iets zeggen. Woorden als kwaliteit, klantgerichtheid en innovatie zijn zo algemeen dat vrijwel ieder bedrijf ze kan gebruiken.
Maak ze concreet. Hoe merkt een klant dat je persoonlijk werkt? Welke keuzes maak je om kwaliteit te bewaken? Waarom werk je op een bepaalde manier? Hoe specifieker je wordt, hoe geloofwaardiger je verhaal.
4. Onderbouw je expertise
Laat zien waarom bezoekers je mogen vertrouwen. Denk aan relevante ervaring, gerealiseerde projecten, klanten, opleidingen, certificeringen, erkenningen of concrete cijfers.
Ook reviews en testimonials kunnen daarbij helpen. Je hoeft ze niet allemaal op de over ons-pagina te plaatsen: een relevante selectie of een verwijzing naar projecten en ervaringen van klanten kan voldoende zijn.
5. Geef je pagina persoonlijkheid
Een over ons-pagina hoeft niet formeel of afstandelijk te zijn. De schrijfstijl en vormgeving mogen aansluiten bij het karakter van je onderneming.
Een creatief bureau kan bijvoorbeeld speelser communiceren dan een advocatenkantoor. Dat betekent niet dat het ene professioneler is dan het andere. Het belangrijkste is dat tekst en ontwerp geloofwaardig aansluiten bij wie je bent.
6. Eindig met een volgende stap
Laat bezoekers na je verhaal niet aan hun lot over. Geef ze een logische mogelijkheid om verder te gaan. Dat kan een uitnodiging zijn om contact op te nemen, maar evengoed een link naar je diensten, realisaties of werkwijze.
Welke call-to-action het meest geschikt is, hangt af van de rest van de pagina en van wat je wilt dat bezoekers vervolgens doen.
Wat wij vaak zien bij over ons-pagina’s
Bij het ontwerpen en analyseren van websites zien we regelmatig dat veel aandacht gaat naar de homepage en dienstenpagina’s, terwijl de over ons-pagina pas op het einde wordt ingevuld. Het resultaat is dan vaak een algemene tekst die weinig toevoegt aan de rest van de website.
Dat is jammer, want juist deze pagina biedt ruimte voor informatie die moeilijker op een commerciële dienstenpagina past: het verhaal achter het bedrijf, de mensen, ervaring, visie en manier van werken.
Onze voorkeur? Minder algemene claims en meer concrete informatie. Laat niet alleen weten dat je goed bent in wat je doet, maar geef bezoekers voldoende redenen om dat zelf te kunnen besluiten.

Maak er een reden van om voor jou te kiezen
Een goede over ons-pagina vertelt veel meer dan wie je bent. Ze maakt je onderneming menselijk, toont je expertise en helpt bezoekers bepalen of je bij hen past.
Bekijk de pagina daarom niet als verplichte bedrijfsinformatie. Gebruik ze als aanvulling op je diensten en projecten en vertel er wat je op andere pagina’s moeilijk kwijt kunt.
Is je huidige over ons-pagina vooral een verzameling algemene zinnen, of past ze niet meer bij hoe je onderneming vandaag in elkaar zit? Dan is het misschien tijd om ze opnieuw te bekijken. The Other Concept helpt je graag om inhoud, structuur en webdesign samen te brengen tot een pagina die wél iets over je bedrijf vertelt.
Laatst aangepast: 18 september 2026.
Deel
Gerelateerde artikelen
Google Lighthouse
Google Lighthouse is een gratis tool waarmee je snel ontdekt waar een webpagina technisch beter kan. Je krijgt scores en concrete aanbevelingen rond prestaties, toegankelijkheid, technische best practices en SEO. Handig, maar zo’n score vertelt niet het volledige verhaal.
Lighthouse is vooral interessant als diagnose-instrument. Het helpt je problemen opsporen, begrijpen waarom een pagina trager of minder toegankelijk is en bepalen waar optimalisatie zinvol is. Een score van 100 behalen mag daarbij nooit het doel op zich worden.

Wat is Google Lighthouse?
Google Lighthouse is een open-source tool waarmee je afzonderlijke webpagina’s automatisch kunt analyseren. Je kunt Lighthouse rechtstreeks vanuit Chrome DevTools gebruiken, maar de technologie wordt bijvoorbeeld ook gebruikt binnen Google PageSpeed Insights.
Een Lighthouse-audit onderzoekt verschillende aspecten van een pagina en verdeelt de resultaten over vier belangrijke categorieën:
- Performance: hoe snel wordt de pagina geladen en bruikbaar?
- Accessibility: zijn er technische problemen die de toegankelijkheid van de pagina beperken?
- Best Practices: voldoet de pagina aan een reeks actuele technische webstandaarden?
- SEO: zijn de technische basiselementen aanwezig zodat zoekmachines de pagina goed kunnen verwerken?
Iedere categorie krijgt een score van 0 tot 100. Daaronder toont Lighthouse welke controles geslaagd zijn, waar problemen zitten en welke verbeteringen mogelijk zijn.

Wat vertelt een Lighthouse-score echt?
Een hoge score ziet er aantrekkelijk uit, maar het is belangrijk om te begrijpen wat je precies meet. Lighthouse voert een test uit in een gecontroleerde omgeving. Het resultaat is dus een momentopname en geen rechtstreekse meting van alle bezoekers van je website.
De omstandigheden tijdens een test kunnen bovendien verschillen. Je kunt daardoor twee keer dezelfde pagina testen en toch een andere Performance-score krijgen.
Gebruik Lighthouse-scores daarom vooral om problemen en verbeterkansen op te sporen. Een website hoeft niet op iedere categorie 100/100 te halen om snel, toegankelijk of goed vindbaar te zijn.
Een SEO-score van 100 betekent niet dat je bovenaan Google staat
Dit is een belangrijke nuance. De SEO-audit van Lighthouse controleert een aantal technische basisvoorwaarden. Denk bijvoorbeeld aan crawlbaarheid, mobiele leesbaarheid en bepaalde HTML-elementen.
Lighthouse beoordeelt echter niet of jouw content beter is dan die van concurrenten, hoe sterk je website binnen een bepaald onderwerp is of hoe goed je aansluit bij een specifieke zoekintentie.
Een Lighthouse SEO-score van 100 betekent dus vooral dat de gecontroleerde technische basis in orde is. Het is geen algemene SEO-score van je website en zeker geen voorspelling van je positie in Google.
Wil je verder gaan dan die technische basis? Op onze pagina over SEO & AI-vindbaarheid lees je hoe techniek, content en structuur samen bijdragen aan online vindbaarheid.
Lighthouse en Core Web Vitals zijn niet hetzelfde
Lighthouse en Core Web Vitals worden vaak in één adem genoemd, maar ze betekenen niet hetzelfde.
De Core Web Vitals van Google focussen momenteel op drie onderdelen van de gebruikerservaring:
- Largest Contentful Paint (LCP): hoe snel de belangrijkste zichtbare inhoud wordt geladen.
- Interaction to Next Paint (INP): hoe snel een pagina reageert wanneer een bezoeker ermee interageert.
- Cumulative Layout Shift (CLS): hoeveel elementen onverwacht verschuiven tijdens het laden.
Google hanteert als richtwaarden een LCP binnen 2,5 seconden, een INP onder 200 milliseconden en een CLS onder 0,1.
Het belangrijkste verschil zit echter in labdata en praktijkdata. Lighthouse simuleert het laden van een pagina onder bepaalde omstandigheden. Core Web Vitals kunnen daarnaast worden gemeten met gegevens van echte Chrome-gebruikers.
Daarom gebruiken we ook PageSpeed Insights
Voor een completer beeld is Google PageSpeed Insights bijzonder interessant. Je krijgt er Lighthouse-resultaten uit een gecontroleerde testomgeving, maar wanneer voldoende gegevens beschikbaar zijn ook praktijkgegevens van echte gebruikers.
Dat onderscheid is belangrijk. Een pagina kan tijdens een individuele Lighthouse-test uitstekend presteren, terwijl echte bezoekers bijvoorbeeld op tragere mobiele verbindingen toch problemen ondervinden.
Andersom kan een afzonderlijke test tegenvallen terwijl de gebruikersdata over een langere periode wel goede resultaten laten zien.
Heeft je Lighthouse-score invloed op SEO?
Niet rechtstreeks op de manier waarop vaak wordt gedacht. Google kijkt niet simpelweg naar je Lighthouse-score om vervolgens websites met een 95 boven websites met een 75 te plaatsen.
Google geeft wel aan dat Core Web Vitals door zijn rankingsystemen worden gebruikt en raadt goede scores aan voor zowel Search als een betere gebruikerservaring. Tegelijk benadrukt Google dat er geen enkele page experience-score bestaat die op zichzelf je ranking bepaalt.
Goede content blijft essentieel. Een razendsnelle pagina met weinig relevante inhoud gaat niet automatisch een tragere pagina met een veel beter antwoord op de zoekvraag voorbij.
Snelheid en gebruikservaring blijven wel belangrijk. Niet alleen voor zoekmachines, maar vooral voor de mensen die je website daadwerkelijk gebruiken. Een technisch sterke website ondersteunt daarom ook onze bredere aanpak van webdesign: ontwerp, inhoud en techniek moeten samen werken.
Hoe gebruik je Google Lighthouse?
De eenvoudigste manier om zelf een Lighthouse-audit uit te voeren is via Google Chrome.
Lighthouse gebruiken in Chrome DevTools
- Open de pagina die je wilt controleren in Google Chrome.
- Open Chrome DevTools via Inspecteren.
- Kies het tabblad Lighthouse.
- Selecteer de categorieën die je wilt analyseren.
- Klik op Analyze page load.
- Bekijk de scores, diagnoses en voorgestelde verbeteringen.
Test bij voorkeur meerdere keren. Zeker de Performance-score kan tussen afzonderlijke tests variëren.
Lighthouse gebruiken via PageSpeed Insights
Wil je geen Chrome DevTools openen? Voer dan de URL van je pagina in bij PageSpeed Insights. Je krijgt vervolgens afzonderlijke resultaten voor mobiel en desktop.
Kijk daarbij niet alleen naar het grote cijfer bovenaan. De informatie onder Diagnostics en de verschillende performance-inzichten vertelt vaak veel meer over wat er daadwerkelijk verbeterd kan worden.
Lighthouse automatiseren
Voor ontwikkelaars kan Lighthouse ook vanaf de command line of als Node-module worden gebruikt. Zo kun je audits automatiseren en bijvoorbeeld controleren of wijzigingen aan een website geen onverwachte achteruitgang veroorzaken.
Google biedt hiervoor ook Lighthouse CI. Voor de meeste website-eigenaars is dit niet nodig, maar bij grotere websites en actieve ontwikkeltrajecten kan automatische monitoring bijzonder nuttig zijn.

Welke problemen kom je vaak tegen?
Lighthouse kan een lange lijst aanbevelingen tonen. Niet ieder probleem heeft echter dezelfde impact. Het heeft weinig zin om uren te besteden aan één klein verbeterpunt alleen om je score van 97 naar 100 te krijgen.
In de praktijk kijken we liever eerst naar problemen die bezoekers daadwerkelijk kunnen merken.
Te zware afbeeldingen
Grote afbeeldingen behoren nog steeds tot de klassieke oorzaken van onnodig lange laadtijden. Gebruik passende afmetingen en moderne afbeeldingsformaten (zoals WebP of AVIF) en comprimeer bestanden zonder zichtbaar kwaliteitsverlies.
Let vooral op afbeeldingen die boven de vouwlijn zichtbaar zijn. Een grote hero-afbeelding is vaak één van de belangrijkste zichtbare elementen tijdens het laden en wil je daarom doorgaans niet op dezelfde manier lazyloaden als afbeeldingen die pas veel verder naar beneden verschijnen.
Te veel JavaScript en CSS
WordPress-thema’s, plugins, trackingtools en externe scripts kunnen samen behoorlijk wat code toevoegen. Wanneer veel daarvan onmiddellijk moet worden geladen, kan dat de pagina vertragen of interacties minder vlot maken.
Verwijder daarom ongebruikte functionaliteit waar mogelijk en kijk kritisch welke scripts echt op iedere pagina nodig zijn.
Layout shifts tijdens het laden
Een afbeelding, advertentie, cookie-element of lettertype dat later wordt geladen kan ervoor zorgen dat andere content plots verschuift. Dat is vervelend voor bezoekers en kan je CLS negatief beïnvloeden.
Door bijvoorbeeld afmetingen voor afbeeldingen en embeds vooraf vast te leggen, behoudt de browser tijdens het laden voldoende ruimte.
Problemen met toegankelijkheid
Lighthouse controleert ook verschillende automatisch detecteerbare toegankelijkheidsproblemen, zoals onvoldoende kleurcontrast, ontbrekende toegankelijke namen en bepaalde fouten in ARIA-attributen.
Een hoge Accessibility-score betekent echter niet automatisch dat een website volledig toegankelijk is. Niet alle toegankelijkheidsproblemen kunnen door een automatische test worden gevonden. Manuele controle blijft dus belangrijk.
Staar je niet blind op 100/100
Een Lighthouse-score is een hulpmiddel, geen einddoel. Toch zien we regelmatig websites waarop technische ingrepen worden uitgevoerd puur om enkele extra punten te behalen.
Dat is niet altijd een goede investering.
Een grote hero-afbeelding verwijderen kan je Performance-score bijvoorbeeld verbeteren, maar als die afbeelding belangrijk is voor je merkbeleving hoeft dat niet de beste keuze te zijn. Hetzelfde geldt voor functionaliteit die JavaScript nodig heeft maar bezoekers daadwerkelijk helpt.
De juiste vraag is daarom niet: Hoe krijgen we overal 100? maar: Welke verbeteringen maken deze website merkbaar beter voor bezoekers?
Gebruik Lighthouse als startpunt
Google Lighthouse is bijzonder nuttig om technische problemen snel zichtbaar te maken. Het helpt bij het analyseren van prestaties, toegankelijkheid, best practices en een aantal technische SEO-elementen.
Bekijk de resultaten wel altijd in hun context. Combineer Lighthouse met PageSpeed Insights, Core Web Vitals en vooral met wat echte bezoekers op je website ervaren.
Een snelle website is uiteindelijk geen verzameling groene cijfers. Het is een website die vlot laadt, snel reageert, stabiel blijft en bezoekers zonder frustratie laat doen waarvoor ze gekomen zijn.
Laatst aangepast: 18 september 2026.
Deel
Gerelateerde artikelen
Mobiele optimalisatie: waarom je website niet zonder kan

Smartphones zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijkse internetgebruik. We zoeken onderweg iets op, vergelijken producten, lezen artikels, vullen formulieren in en nemen rechtstreeks contact op met bedrijven. Een website die alleen op een groot scherm goed werkt, voldoet daarom niet meer.
Mobiele optimalisatie gaat bovendien verder dan een website die netjes binnen het scherm van een smartphone past. Teksten moeten leesbaar zijn, knoppen eenvoudig te bedienen, pagina’s snel en navigatie moet ook met één hand logisch aanvoelen. Een goede mobiele website is dus geen verkleinde desktopwebsite, maar een ervaring die bewust rekening houdt met een kleiner scherm.
Mobiel is geen extra versie van je website
Vroeger werd een website vaak eerst volledig voor desktop ontworpen. Daarna werd bekeken hoe alles op een kleiner scherm kon worden geplaatst. Dat principe is achterhaald.
Bij modern webdesign moet mobiel vanaf het begin deel uitmaken van het ontwerp. Dat betekent niet noodzakelijk dat je uitsluitend mobile-first moet ontwerpen, maar wel dat beslissingen rond navigatie, content, afbeeldingen, interacties en performance onmiddellijk op verschillende schermformaten worden getest.
Een ontwerp dat op desktop indrukwekkend oogt, kan op een smartphone bijvoorbeeld veel te lang worden. Een navigatiemenu dat met een muis perfect werkt, kan met een duim frustrerend zijn. En een video die op desktop snel laadt, kan via een mobiele verbinding plots een zware belasting worden.
Responsive webdesign vormt de basis
Een responsive website past zich automatisch aan de grootte van het scherm aan. Teksten blijven leesbaar, afbeeldingen schalen mee en knoppen zijn makkelijk aan te klikken. Responsive design is ondertussen dan ook veel meer dan een technische vereiste: het vormt de basis voor heel wat moderne webdesign trends, waarbij dezelfde visuele identiteit en gebruikservaring op ieder scherm overeind moeten blijven.
Google raadt responsive webdesign aan omdat dezelfde HTML en URL gebruikt kunnen worden voor desktop en mobiel en deze aanpak relatief eenvoudig te implementeren en onderhouden is.
Maar responsive betekent niet automatisch mobiel geoptimaliseerd.
Een website kan technisch perfect meeschalen en toch frustrerend werken. Denk aan te kleine knoppen, enorme witruimtes, pop-ups die bijna het hele scherm innemen of een formulier met twintig velden.
Ontwerp voor vingers, niet voor een muis
Op desktop kun je met een muis vrij nauwkeurig klikken. Op een smartphone gebruik je meestal je vingers. Interactieve elementen moeten daarom voldoende groot zijn en voldoende ruimte rondom zich hebben.
Dat geldt voor knoppen en links, maar ook voor menu-items, sliders, filters, accordions en formuliervelden.
Let bovendien op de plaats waar interactieve elementen staan. Een belangrijke actie onderaan het scherm kan op mobiel gemakkelijker bereikbaar zijn dan een kleine knop helemaal bovenaan.
Maak content scanbaar
Een lange tekst voelt op een smartphone al snel langer aan dan op desktop. Werk daarom met duidelijke tussentitels, voldoende witruimte en relatief korte tekstblokken.
Dat betekent niet dat je belangrijke content voor mobiele bezoekers moet verwijderen. Google gebruikt de mobiele versie van een website voor indexing en ranking en adviseert daarom dat belangrijke content op mobiel en desktop equivalent blijft.
Je mag de presentatie wel aanpassen. Lange informatie kan op mobiel bijvoorbeeld in overzichtelijke accordions worden geplaatst, zolang de inhoud toegankelijk blijft.
Google kijkt naar de mobiele versie van je website
Mobiele optimalisatie is niet alleen belangrijk voor bezoekers. Google gebruikt mobile-first indexing. Dat betekent dat Google hoofdzakelijk de mobiele versie van je website gebruikt om de inhoud te crawlen, indexeren en beoordelen.
De overstap naar mobile-first indexing is inmiddels volledig afgerond. Een mobiele website is daardoor niet langer een bijkomende versie van je desktopwebsite: voor Google is het in feite de primaire versie.
Zorg er daarom voor dat belangrijke teksten, afbeeldingen, interne links, metadata en structured data niet alleen op desktop aanwezig zijn. Elementen zomaar verbergen omdat er op mobiel minder ruimte beschikbaar is, kan ervoor zorgen dat belangrijke informatie verloren gaat.
Snelheid telt op mobiel nog zwaarder
Op kantoor zit je misschien achter een snelle internetverbinding. Mobiele bezoekers kunnen je website evengoed openen via 4G, een druk openbaar netwerk of een minder krachtige smartphone.
Daardoor worden onnodig zware websites sneller problematisch.
Grote afbeeldingen, achtergrondvideo’s, externe scripts, trackingtools, lettertypes en uitgebreide animaties kunnen allemaal invloed hebben op de laadtijd. Dat betekent niet dat je ze moet vermijden, maar wel dat ze bewust moeten worden ingezet en technisch goed moeten worden geoptimaliseerd. Bij afbeeldingen begint dat onder andere met het kiezen van het juiste afbeeldingsformaat, zoals WebP of AVIF, en afmetingen die passen bij het scherm waarop ze worden weergegeven.
Let op je Core Web Vitals
Google gebruikt drie Core Web Vitals om belangrijke onderdelen van de gebruikerservaring meetbaar te maken:
- Largest Contentful Paint (LCP) meet hoe snel de belangrijkste zichtbare content wordt geladen.
- Interaction to Next Paint (INP) meet hoe snel een pagina reageert op interacties van bezoekers.
- Cumulative Layout Shift (CLS) meet hoeveel content onverwacht verschuift tijdens het gebruik.
Voor een goede gebruikerservaring adviseert Google momenteel een LCP van maximaal 2,5 seconden, een INP van maximaal 200 milliseconden en een CLS van maximaal 0,1, gemeten voor minstens 75% van de bezoeken.
Wil je die technische prestaties zelf onderzoeken? In ons artikel over Google Lighthouse leggen we uit hoe je prestaties, toegankelijkheid en technische SEO van een webpagina kunt analyseren.

Mobiele optimalisatie draait ook om gebruiksgemak
Snelheid is belangrijk, maar een razendsnelle website kan nog altijd bijzonder vervelend zijn om te gebruiken.
Kijk daarom naar wat een mobiele bezoeker daadwerkelijk probeert te doen. Iemand die onderweg de website van een restaurant bezoekt, zoekt misschien vooral openingsuren of een telefoonnummer. Een potentiële klant van een dienstverlener wil snel begrijpen wat het bedrijf doet en eenvoudig contact kunnen opnemen.
De prioriteiten kunnen dus verschillen van desktop.
Hou navigatie eenvoudig
Een uitgebreid navigatiemenu met verschillende niveaus kan op desktop prima werken, maar op een smartphone al snel onoverzichtelijk worden.
Breng daarom structuur aan. Toon de belangrijkste onderdelen duidelijk en vermijd dat bezoekers zich door verschillende submenu’s moeten worstelen voordat ze hun bestemming bereiken.
Een mobiel menu hoeft bovendien niet noodzakelijk een exacte visuele kopie van je desktopmenu te zijn. De structuur en belangrijkste bestemmingen moeten overeenkomen, maar de presentatie mag aangepast zijn aan het apparaat.
Maak formulieren mobielvriendelijk
Een formulier invullen op een smartphone vraagt meer inspanning dan op een computer. Vraag daarom alleen informatie die je daadwerkelijk nodig hebt.
Gebruik duidelijke labels, voldoende grote velden en het juiste invoertype. Een veld voor een telefoonnummer kan bijvoorbeeld automatisch het numerieke toetsenbord openen en een e-mailveld het geschikte mobiele toetsenbord.
Controleer ook foutmeldingen. Een bezoeker moet onmiddellijk begrijpen welk veld verkeerd werd ingevuld en hoe dat kan worden opgelost.
Let op pop-ups en overlays
Een pop-up die op desktop relatief bescheiden lijkt, kan op een klein scherm bijna alle content bedekken. Hetzelfde geldt voor cookiebanners, chatvensters en promotionele meldingen.
Test daarom niet alleen óf zo’n element verschijnt, maar ook hoeveel ruimte het inneemt en hoe eenvoudig het weer kan worden gesloten.
Test op echte toestellen
Browsertools waarmee je verschillende schermformaten simuleert zijn bijzonder handig tijdens het ontwikkelen. Toch vertellen ze niet alles.
Een echte smartphone gebruik je anders. Je houdt hem in je hand, scrolt met je duim, wisselt tussen portrait en landscape en gebruikt misschien een tragere verbinding. Ook browserbalken, virtuele toetsenborden en verschillende schermhoogtes hebben invloed op de ervaring.
Test daarom minstens op enkele echte smartphones en bij voorkeur zowel op iOS als Android.
Voor technische controles kun je daarnaast tools zoals Google PageSpeed Insights gebruiken. Daarmee kun je afzonderlijk bekijken hoe een pagina op mobiele apparaten presteert en waar mogelijke verbeterpunten liggen.
Veelgemaakte fouten bij mobiele websites
Een website hoeft niet zichtbaar kapot te zijn om op mobiel slecht te werken. Sommige problemen zijn subtieler en worden pas duidelijk wanneer je de website daadwerkelijk gebruikt.
Een paar zaken die we regelmatig tegenkomen:
- tekst die te klein wordt weergegeven;
- knoppen en links die te dicht bij elkaar staan;
- afbeeldingen of tabellen die buiten het scherm vallen;
- lange formulieren die onnodig veel informatie vragen;
- animaties die mobiel weinig toevoegen maar wel performance kosten;
- te grote hero-secties waardoor de belangrijkste content pas na meerdere scrollbewegingen verschijnt;
- pop-ups en cookiebanners die bijna het volledige scherm bedekken;
- content die op mobiel volledig wordt weggelaten.
Vooral die eerste zichtbare ruimte vraagt op een smartphone extra aandacht. Door het kleinere scherm ligt de vouwlijn op ieder toestel anders en moet je goed afwegen welke boodschap, titel en actie een bezoeker onmiddellijk te zien krijgt.
Een goede mobiele optimalisatie zoekt dus voortdurend naar een evenwicht tussen vormgeving, inhoud, functionaliteit en snelheid.

Mobile-first betekent niet desktop-second
De aandacht voor mobiel betekent niet dat desktop plots minder belangrijk is. Een professionele website moet op ieder relevant schermformaat goed werken.
Bij sommige B2B-websites kan een groot deel van de bezoekers bijvoorbeeld nog altijd via een laptop of desktopcomputer komen. Bij andere websites kan mobiel veruit het belangrijkste apparaat zijn.
Daarom kijken we liever naar responsive gedrag dan naar een paar vaste schermformaten. Een website moet niet alleen goed werken op een iPhone en een grote desktopmonitor, maar ook op alle formaten daartussen.
Ontwerp voor de bezoeker, niet voor het scherm
Mobiele optimalisatie is uiteindelijk veel meer dan blokken onder elkaar zetten zodra een scherm smaller wordt. Het gaat over begrijpen hoe iemand je website gebruikt en ervoor zorgen dat inhoud en functionaliteit op ieder apparaat logisch blijven werken.
Dat vraagt aandacht voor responsive webdesign, snelheid, navigatie, leesbaarheid, interacties en technische prestaties.
Bekijk mobiel daarom niet als de laatste controle voor een website online gaat. Neem het vanaf het eerste ontwerp mee. Zo bouw je geen desktopwebsite die toevallig ook op een smartphone past, maar een website die zich daadwerkelijk aanpast aan de bezoeker.
Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026.
Deel
Gerelateerde artikelen
SEO woordenlijst: alle belangrijke SEO-termen uitgelegd
SEO zit vol termen en afkortingen. Van backlinks en canonical tags tot Core Web Vitals, crawling, E-E-A-T en structured data: wie zich verdiept in zoekmachineoptimalisatie krijgt al snel met behoorlijk wat vakjargon te maken.
In deze SEO woordenlijst leggen we de belangrijkste begrippen in duidelijke taal uit. Sommige termen zijn technisch, andere hebben meer te maken met content, autoriteit of de manier waarop Google zoekresultaten samenstelt.
Gebruik de alfabetische navigatie om rechtstreeks naar een letter te springen of doorloop de volledige lijst om je SEO-kennis bij te spijkeren.
Laatst bijgewerkt op 29 september 2026.
Deel
A
A/B-testing
Een methode waarbij twee varianten van bijvoorbeeld een pagina, titel, knop of ontwerp worden getest bij verschillende groepen bezoekers. Vervolgens wordt gemeten welke variant beter presteert voor het gekozen doel, zoals meer klikken of conversies. Bij SEO-tests moet je rekening houden met de manier waarop zoekmachines de verschillende varianten kunnen crawlen en indexeren.
Above the fold
Above the fold is het gedeelte van een webpagina dat zichtbaar is voordat een bezoeker begint te scrollen. Wat precies boven de vouwlijn verschijnt, hangt af van het schermformaat, apparaat en de gebruikte browser.
Omdat dit het eerste gedeelte is dat bezoekers te zien krijgen, plaats je hier meestal informatie die snel duidelijk maakt waar de pagina over gaat en wat iemand er kan doen. Dat betekent niet dat alle belangrijke content boven de vouwlijn moet staan: een goede pagina mag bezoekers juist uitnodigen om verder te scrollen.
In ons artikel over content boven de vouwlijn leggen we uitgebreider uit welke informatie je hier het beste plaatst en waarom dit belangrijk is voor gebruiksgemak en conversie.
Algoritme
Een algoritme is een verzameling processen en systemen waarmee een zoekmachine informatie verwerkt en resultaten selecteert. Google gebruikt veel verschillende systemen en signalen om te bepalen welke resultaten relevant zijn voor een zoekopdracht. Er bestaat dus niet één eenvoudige formule waarmee rankings worden berekend.
Alt-tekst
Alt-tekst, of alternatieve tekst, beschrijft de inhoud of functie van een afbeelding. De tekst is in de eerste plaats belangrijk voor toegankelijkheid, bijvoorbeeld voor mensen die een schermlezer gebruiken. Daarnaast kan hij zoekmachines context geven over een afbeelding.
Niet iedere afbeelding heeft een uitgebreide alt-tekst nodig. Puur decoratieve afbeeldingen kunnen bijvoorbeeld een lege alt-attribuut krijgen.
AMP
AMP staat voor Accelerated Mobile Pages. Het is een open-sourceframework waarmee lichte webpagina’s konden worden gebouwd die snel op mobiele apparaten laden. AMP speelde vroeger een grotere rol binnen Google Search. Tegenwoordig is AMP geen vereiste voor bijvoorbeeld Top Stories en is een snelle, goed gebouwde reguliere webpagina doorgaans voldoende.
Anchor tekst
De anchor tekst of ankertekst is het klikbare gedeelte van een hyperlink. Een beschrijvende anchor tekst helpt bezoekers én zoekmachines begrijpen waar de gekoppelde pagina over gaat.
Een tekst zoals meer over onze aanpak voor webdesign geeft bijvoorbeeld meer context dan alleen klik hier.
AI Overviews
AI Overviews zijn door Google gegenereerde antwoorden die bij bepaalde zoekopdrachten rechtstreeks in Google Search kunnen verschijnen. Ze combineren informatie uit verschillende bronnen en kunnen links naar websites bevatten waarmee gebruikers verder kunnen zoeken.
Voor website-eigenaars gelden hiervoor in grote lijnen dezelfde technische en inhoudelijke basisprincipes als voor traditionele organische vindbaarheid.
AI Mode
AI Mode is een AI-gestuurde zoekervaring van Google waarmee gebruikers uitgebreidere vragen kunnen stellen en vervolgvragen kunnen stellen binnen dezelfde zoekervaring. Google kan daarbij informatie uit meerdere bronnen combineren en relevante websites tonen.
Article spinning
Article spinning is het automatisch of handmatig herschrijven van bestaande content om meerdere varianten van vrijwel dezelfde tekst te produceren.
De techniek werd vroeger gebruikt om op grote schaal SEO-content te maken. Het produceren van grote hoeveelheden weinig originele content uitsluitend om zoekresultaten te beïnvloeden kan tegenwoordig onder Google’s spambeleid vallen.
B
Backlink
Een backlink is een link vanaf een andere website naar jouw website. Zo’n link kan zoekmachines helpen om pagina’s te ontdekken en kan een signaal zijn dat andere websites jouw content relevant of waardevol vinden.
Niet iedere backlink heeft dezelfde waarde. De relevantie en kwaliteit van de verwijzende pagina, de context waarin de link staat en de manier waarop de link tot stand kwam zijn belangrijker dan simpelweg zoveel mogelijk backlinks verzamelen.
Backlinks zijn dus één vorm van externe links. In ons artikel over externe links en SEO leggen we uitgebreider uit hoe inkomende en uitgaande links werken en welke rol ze binnen SEO kunnen spelen.
Black Hat SEO
Verzamelnaam voor technieken waarmee men rankings probeert te manipuleren op manieren die ingaan tegen het spambeleid van zoekmachines. Voorbeelden zijn cloaking, verborgen tekst, linkspam en bepaalde vormen van automatisch gegenereerde content.
Bouncepercentage
Een statistiek die aangeeft welk aandeel van de bezoeken als bounce wordt beschouwd. De precieze definitie hangt af van het gebruikte analyticsplatform.
In Google Analytics 4 is het bouncepercentage het tegenovergestelde van het engagementpercentage: het percentage sessies dat niet als een engaged session wordt beschouwd.
Breadcrumbs
Breadcrumbs of broodkruimelnavigatie tonen waar een pagina zich binnen de structuur van een website bevindt.
Bijvoorbeeld:
Home → Kennis & Inzichten → SEO → SEO woordenlijst
Ze helpen bezoekers navigeren en kunnen zoekmachines meer context geven over de structuur van een website.
Broken link
Een broken link is een hyperlink waarvan de bestemming niet meer correct bereikbaar is. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer een pagina verwijderd of verplaatst is zonder passende redirect, of wanneer de URL verkeerd werd ingevoerd.
C
Cache
Een cache bewaart tijdelijk gegevens zodat deze bij een volgend verzoek sneller beschikbaar zijn. Browsers, servers, CDN’s en cachingplugins kunnen bijvoorbeeld afbeeldingen, CSS, JavaScript of complete pagina’s tijdelijk opslaan.
Caching kan daardoor een belangrijke rol spelen bij de prestaties van een website.
Canonical URL
Een canonical URL is de URL die door een zoekmachine als representatieve versie wordt gekozen wanneer meerdere URL’s dezelfde of sterk vergelijkbare content bevatten.
Met een rel="canonical"-element kun je aangeven welke URL je voorkeur heeft. Google beschouwt dit als een sterk signaal, maar kan uiteindelijk een andere canonical kiezen wanneer andere signalen daar aanleiding toe geven.
Meer technische informatie vind je in Google’s documentatie over canonicalization.
ChatGPT
ChatGPT is een AI-assistent van OpenAI die natuurlijke taal kan begrijpen en genereren. Binnen SEO kan het onder andere worden gebruikt voor brainstormen, het structureren van content, zoekintentie analyseren, ideeën voor zoekwoorden verzamelen en ondersteuning bij technische of inhoudelijke analyses.
ChatGPT vervangt daarbij geen SEO-expertise of eigen onderzoek. Gegenereerde informatie kan onjuist, onvolledig of verouderd zijn en moet daarom kritisch gecontroleerd worden. Ook maakt het gebruik van AI content op zichzelf niet goed of slecht voor SEO: kwaliteit, originaliteit, betrouwbaarheid en de waarde voor de gebruiker blijven belangrijk.
Wil je ChatGPT concreet inzetten voor SEO? Lees dan onze uitgebreide FAQ over ChatGPT en SEO, bekijk praktische voorbeelden en use cases of lees meer over wat ChatGPT voor SEO kan betekenen.
Cloaking
Cloaking betekent dat een website zoekmachines bewust andere inhoud toont dan menselijke bezoekers met als doel zoekresultaten te manipuleren. Dit is in strijd met Google’s spambeleid.
CMS
CMS staat voor Content Management System. Het is software waarmee je de inhoud van een website kunt beheren zonder iedere pagina rechtstreeks in HTML te moeten programmeren.
WordPress is een bekend voorbeeld, maar ook Drupal, Joomla, Shopify, Squarespace en andere systemen kunnen als CMS functioneren.
Content
Content is de inhoud die via een website of ander kanaal wordt aangeboden. Dat kan tekst zijn, maar ook afbeeldingen, video’s, audio, interactieve elementen, downloads en andere informatiedragers.
Voor SEO is vooral belangrijk dat content relevant en bruikbaar is voor de doelgroep en aansluit bij de zoekintentie.
Core Web Vitals
Core Web Vitals zijn Google-metingen voor bepaalde aspecten van de gebruikerservaring van een webpagina. De huidige drie zijn:
- LCP (Largest Contentful Paint): meet hoe snel belangrijke zichtbare content geladen wordt.
- INP (Interaction to Next Paint): meet hoe responsief een pagina reageert op gebruikersinteracties.
- CLS (Cumulative Layout Shift): meet onverwachte verschuivingen van de lay-out.
Ze worden gemeten aan de hand van echte gebruikersdata en spelen mee binnen Google’s bredere beoordeling van page experience.
In ons artikel over Google Lighthouse leggen we uitgebreider uit hoe je prestaties en technische kwaliteit van een website kunt analyseren.
Crawl budget
Crawl budget beschrijft hoeveel tijd en middelen Googlebot wil en kan besteden aan het crawlen van URL’s op een website.
Voor de meeste kleine websites is crawl budget geen belangrijk probleem. Het wordt vooral relevant bij zeer grote websites, snel veranderende sites of websites met grote aantallen automatisch gegenereerde URL’s.
Crawler
Een crawler, spider of bot is software waarmee zoekmachines automatisch webpagina’s ontdekken en ophalen. Google gebruikt hiervoor onder andere Googlebot.
Links en sitemaps helpen crawlers nieuwe en gewijzigde URL’s te ontdekken.
CTA
CTA staat voor Call To Action: een element dat bezoekers aanspoort om een bepaalde actie te ondernemen. Denk aan Neem contact op, Vraag een offerte aan of Bekijk onze projecten.
Een CTA is geen specifiek SEO-element, maar speelt wel een belangrijke rol bij conversie en gebruikservaring.
CTR
CTR staat voor Click-Through Rate of doorklikpercentage. Het is het percentage vertoningen dat resulteert in een klik.
In Google Search Console wordt de organische CTR bijvoorbeeld berekend door het aantal klikken op een zoekresultaat te delen door het aantal vertoningen.
D
Disavow
Met Google’s Disavow Links Tool kun je Google vragen bepaalde inkomende links te negeren bij de beoordeling van je website.
De tool is bedoeld voor uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld wanneer er een aanzienlijk aantal onnatuurlijke links naar een website verwijst en die niet op een andere manier kunnen worden verwijderd. Voor de meeste websites is disavow niet nodig.
Domeinautoriteit
Domeinautoriteit wordt gebruikt als verzamelterm voor de veronderstelde autoriteit of kracht van een domein. Bekende SEO-tools hebben hiervoor eigen scores, zoals Domain Authority of Domain Rating.
Belangrijk: Google heeft geen publieke Domain Authority-score. Scores van externe SEO-tools zijn schattingen en mogen niet worden gezien als een Google-rankingfactor.
Duplicate content
Duplicate content ontstaat wanneer dezelfde of sterk vergelijkbare inhoud via meerdere URL’s beschikbaar is.
Dat hoeft niet automatisch een SEO-probleem of overtreding te zijn. Zoekmachines proberen in dergelijke situaties meestal een representatieve of canonical versie te bepalen.
E
E-E-A-T
E-E-A-T staat voor Experience, Expertise, Authoritativeness en Trustworthiness: ervaring, expertise, autoriteit en betrouwbaarheid.
Google gebruikt deze begrippen binnen zijn Search Quality Rater Guidelines om kwaliteit te beoordelen. Vooral vertrouwen staat centraal.
E-E-A-T is geen afzonderlijke SEO-score die je website van Google krijgt. Het is een concept dat helpt begrijpen welke eigenschappen hoogwaardige en betrouwbare content kan hebben.
Evergreen content
Content die gedurende lange tijd relevant blijft en niet sterk afhankelijk is van actualiteit. Handleidingen, definities en basisuitleg zijn typische voorbeelden.
Evergreen betekent niet dat content nooit bijgewerkt hoeft te worden. Ook blijvend relevante artikelen kunnen verouderde voorbeelden, links of technische informatie bevatten.
Externe link
Externe link
Een externe link verwijst van de ene website naar een pagina op een ander domein. Wanneer jij vanuit je website naar een externe bron verwijst, spreken we vanuit jouw perspectief van een uitgaande externe link. Voor de ontvangende website is diezelfde link een backlink.
Externe links kunnen bezoekers toegang geven tot aanvullende informatie, onderzoek of primaire bronnen en helpen om beweringen in je content te onderbouwen.
Meer over het verschil tussen inkomende en uitgaande links en hun betekenis voor zoekmachineoptimalisatie lees je in ons artikel over externe links en SEO.
F
Favicon
Een favicon is het kleine herkenningsteken van een website dat onder andere in browsertabs en Google Search kan verschijnen. Vaak is het een vereenvoudigde versie van het logo of beeldmerk.
Featured snippet
Een featured snippet is een uitgelicht zoekresultaat waarin Google een deel van de informatie van een webpagina prominent kan weergeven om snel antwoord te geven op een zoekvraag.
Google bepaalt automatisch of en wanneer content als featured snippet wordt getoond.
G
Google Ads
Google Ads is Google’s advertentieplatform. Adverteerders kunnen onder andere advertenties laten verschijnen bij relevante zoekopdrachten.
Google Ads behoort tot SEA en niet tot organische SEO. Betalen voor Google Ads zorgt dus niet rechtstreeks voor betere organische rankings.
Google Analytics 4 (GA4)
Google Analytics 4 is Google’s analyticsplatform waarmee interacties met websites en apps kunnen worden gemeten. Je kunt er bijvoorbeeld verkeersbronnen, paginaweergaven, gebeurtenissen en conversies analyseren.
GA4 en Google Search Console vullen elkaar aan, maar meten verschillende zaken.
Google Business Profile
Google Business Profile, vroeger Google My Business, is het bedrijfsprofiel waarmee organisaties hun aanwezigheid in onder andere Google Search en Google Maps kunnen beheren.
Je kunt er bijvoorbeeld adresgegevens, openingsuren, foto’s, diensten en andere bedrijfsinformatie beheren. Voor bedrijven met een lokale doelgroep is het een belangrijk onderdeel van lokale vindbaarheid.
Google Discover
Google Discover is een gepersonaliseerde contentfeed waarin Google gebruikers content kan tonen op basis van onder andere hun interesses en activiteit, zonder dat ze daarvoor eerst een klassieke zoekopdracht hoeven uit te voeren.
Content die geïndexeerd is door Google en voldoet aan de richtlijnen voor Discover kan automatisch in aanmerking komen. Er zijn geen speciale tags of structured data nodig om je hiervoor aan te melden. Geschiktheid betekent echter niet dat Google je content daadwerkelijk in Discover zal tonen.
Verkeer vanuit Discover kan daardoor sterk fluctueren en is minder voorspelbaar dan traditioneel zoekverkeer. In ons artikel over Google Discover leggen we uitgebreider uit hoe het werkt en hoe je content hiervoor kunt optimaliseren.
Google Keyword Planner
Keyword Planner is een onderdeel van Google Ads waarmee zoekwoorden kunnen worden onderzocht en prognoses voor advertentiecampagnes kunnen worden bekeken.
SEO-specialisten gebruiken de gegevens soms als hulpmiddel voor zoekwoordenonderzoek, hoewel de tool in de eerste plaats voor Google Ads ontwikkeld is.
Google Search Console
Google Search Console is een gratis dienst van Google waarmee website-eigenaars kunnen volgen hoe hun website in Google Search presteert.
Je vindt er onder andere gegevens over klikken, vertoningen, zoekopdrachten en indexering. Search Console bevat daarnaast hulpmiddelen om technische problemen te onderzoeken en individuele URL’s te inspecteren.
Googlebot
Googlebot is de algemene naam voor Google’s webcrawlers. Googlebot bezoekt URL’s, haalt informatie op en helpt Google nieuwe en gewijzigde webpagina’s te ontdekken.
H
Heading
Headings zijn HTML-elementen zoals h1, h2 en h3 waarmee titels en tussenkoppen worden aangegeven.
Ze geven een tekst een logische structuur en helpen bezoekers de inhoud snel te begrijpen. Ook zoekmachines gebruiken de inhoud en structuur van een pagina om de context ervan te begrijpen.
Headings zijn echter geen systeem waarbij simpelweg zoveel mogelijk zoekwoorden in kopteksten plaatsen automatisch betere rankings oplevert.
Hreflang
hreflang wordt gebruikt om zoekmachines te informeren over verschillende taal- of regioversies van vergelijkbare pagina’s.
Voor een Belgische website kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt tussen Nederlandse en Franse versies. Een correcte implementatie helpt Google bepalen welke versie het meest geschikt is voor een gebruiker.
HTTPS
HTTPS is de beveiligde variant van HTTP. De verbinding tussen browser en website wordt daarbij versleuteld via TLS.
HTTPS beschermt gegevens tijdens de overdracht en behoort tegenwoordig tot de technische basis van een professionele website.
I
Index
De index is de database waarin een zoekmachine informatie over ontdekte webpagina’s opslaat en verwerkt zodat deze in aanmerking kunnen komen voor zoekresultaten.
Een pagina die gecrawld is, wordt niet noodzakelijk ook geïndexeerd.
Indexeren
Indexeren is het proces waarbij een zoekmachine een pagina analyseert en informatie erover kan opnemen in zijn index.
Indexering is geen garantie dat de pagina voor een bepaalde zoekopdracht zal ranken.
Interne link
Een interne link verwijst van de ene pagina naar een andere pagina binnen dezelfde website. Interne links helpen bezoekers om relevante informatie te vinden en maken duidelijk hoe verschillende pagina’s inhoudelijk met elkaar verbonden zijn.
Ook voor zoekmachines zijn ze belangrijk. Ze helpen crawlers nieuwe pagina’s ontdekken en geven context over de relatie tussen verschillende onderdelen van een website. Beschrijvende anchor teksten maken daarbij duidelijker wat iemand op de gekoppelde pagina kan verwachten.
Een doordachte interne linkstructuur kan zo zowel de navigatie als de structuur van een website verbeteren. In ons artikel over interne links en SEO gaan we uitgebreider in op hoe je interne links strategisch gebruikt.
Een doordachte interne linkstructuur is daarom een belangrijk onderdeel van SEO en AI-vindbaarheid.
J
JavaScript SEO
JavaScript SEO gaat over het toegankelijk en begrijpelijk maken van websites die JavaScript gebruiken voor zoekmachines.
Google kan JavaScript uitvoeren, maar rendering vormt een extra stap in het proces. Belangrijke content, links, metadata en canonical-informatie moeten daarom technisch correct geïmplementeerd worden.
Google heeft hiervoor uitgebreide documentatie over JavaScript SEO.
K
Keyword
Een keyword of zoekwoord is een woord of combinatie van woorden waarop je content kan aansluiten.
In moderne SEO draait het niet om één zoekwoord zo vaak mogelijk te herhalen. Het gaat vooral om begrijpen welke informatie iemand zoekt en daar een relevante pagina voor aanbieden.
Keyword cannibalization
Keyword cannibalization wordt gebruikt voor situaties waarin verschillende pagina’s van dezelfde website sterk op dezelfde zoekintentie gericht zijn en daardoor mogelijk met elkaar concurreren.
Niet iedere situatie waarin twee pagina’s voor hetzelfde woord verschijnen is automatisch een probleem. Het wordt vooral relevant wanneer pagina’s vrijwel hetzelfde doel hebben en je eigenlijk één duidelijke hoofdversie wilt.
Keyword density
Keyword density geeft aan welk percentage van een tekst uit een bepaald zoekwoord bestaat.
Er bestaat geen ideaal percentage waarmee je automatisch hoger rankt. Het geforceerd herhalen van zoekwoorden kan de tekst juist onnatuurlijk maken.
Keyword stuffing
Het overmatig en onnatuurlijk herhalen van zoekwoorden met als doel rankings te beïnvloeden. Keyword stuffing kan onder Google’s spambeleid vallen en levert meestal ook een slechte leeservaring op.
L
Landing page
Een landing page of landingspagina is een pagina waarop bezoekers terechtkomen vanuit bijvoorbeeld een zoekresultaat, advertentie, nieuwsbrief of campagne.
Binnen SEO kan een landingspagina specifiek worden opgebouwd rond een bepaalde dienst, doelgroep, locatie of zoekintentie.
Lazy loading
Lazy loading zorgt ervoor dat bepaalde bronnen, meestal afbeeldingen of video’s, pas worden geladen wanneer ze nodig zijn of in de buurt van het zichtbare gedeelte van de pagina komen.
Correct toegepast kan dit de initiële laadtijd verbeteren. Belangrijke content bovenaan een pagina moet doorgaans niet onnodig lazy-loaded worden.
Linkbuilding
Linkbuilding is het proces waarbij geprobeerd wordt relevante links vanaf andere websites naar je eigen website te verkrijgen.
Goede links ontstaan bijvoorbeeld doordat content daadwerkelijk nuttig of vermeldenswaardig is, via samenwerkingen, PR of relevante vermeldingen. Kunstmatige links kopen of op grote schaal uitwisselen met als doel rankings te manipuleren kan tegen Google’s spambeleid ingaan.
llms.txt
Een llms.txt-bestand is een voorgesteld tekstbestand waarmee website-eigenaars informatie op hun website op een gestructureerde en eenvoudig leesbare manier kunnen aanbieden aan Large Language Models (LLM’s) en andere AI-systemen. Het bestand wordt doorgaans in de root van een website geplaatst, bijvoorbeeld example.com/llms.txt.
Het idee is vergelijkbaar met een wegwijzer: in het bestand kun je aangeven welke pagina’s of informatie op je website belangrijk zijn en AI-systemen helpen relevante content gemakkelijker te vinden en interpreteren.
Belangrijk is dat llms.txt momenteel geen algemeen ondersteunde webstandaard en geen bewezen SEO- of AI-rankingfactor is. Google geeft aan dat er geen speciaal AI-bestand nodig is om in AI Overviews of AI Mode te verschijnen. Ook voor zichtbaarheid in ChatGPT is een llms.txt-bestand geen vereiste.
Zie het daarom voorlopig als een experimentele standaard, niet als een noodzakelijke SEO-optimalisatie. Meer over llms.txt en vindbaarheid binnen generatieve zoekmachines lees je in onze FAQ over ChatGPT en SEO.
Local SEO
Local SEO of lokale SEO richt zich op vindbaarheid bij zoekopdrachten met een lokale intentie, zoals webdesigner in Herselt of restaurant in Antwerpen.
Onder andere relevante locatiepagina’s, consistente bedrijfsinformatie, een Google Business Profile en lokale bekendheid kunnen daarbij een rol spelen.
Long-tail keyword
Een long-tail keyword is een specifieke zoekopdracht die doorgaans een duidelijkere intentie heeft dan een breed zoekwoord.
In plaats van webdesign kan iemand bijvoorbeeld zoeken naar WordPress website laten maken voor architecten.
Long-tail zoekopdrachten hebben afzonderlijk vaak minder zoekvolume, maar kunnen bijzonder relevant zijn doordat de intentie specifieker is.
M
Meta description
Een meta description is een HTML-element waarmee je een korte beschrijving van een pagina kunt meegeven.
Google kan deze tekst gebruiken als snippet onder een zoekresultaat, maar kan ook zelf een andere passage uit de pagina selecteren wanneer die beter bij de zoekopdracht past.
Een meta description is geen directe garantie op hogere rankings, maar een duidelijke beschrijving kan wel helpen om gebruikers te laten begrijpen wat ze op de pagina kunnen verwachten.
Mobile-first indexing
Mobile-first indexing betekent dat Google hoofdzakelijk de mobiele versie van een website gebruikt voor crawling en indexering.
Daarom moet belangrijke content ook op mobiele apparaten beschikbaar zijn.
Waarom een goede mobiele ervaring breder gaat dan alleen responsive design lees je in ons artikel over mobiele optimalisatie.
N
Nofollow
nofollow is een waarde voor het rel-attribuut van een link. Hiermee geef je aan dat je geen normale associatie met de gelinkte pagina wilt aangeven.
Google behandelt nofollow, net als sponsored en ugc, tegenwoordig als een hint bij de verwerking van links.
Noindex
Een noindex-instructie vertelt zoekmachines dat een pagina niet in de zoekresultaten opgenomen moet worden.
Om een noindex te kunnen waarnemen, moet de crawler de pagina wel kunnen bereiken. Een URL tegelijk blokkeren via robots.txt en voorzien van noindex is daarom niet altijd de juiste aanpak.
O
Off-page SEO
Off-page SEO omvat activiteiten buiten de eigen website die invloed kunnen hebben op de online zichtbaarheid en reputatie van een merk of website.
Backlinks, digitale PR, vermeldingen en bepaalde lokale signalen worden vaak onder off-page SEO gerekend.
On-page SEO
On-page SEO omvat optimalisaties op de pagina zelf, zoals content, titels, interne links, afbeeldingen, headings en metadata.
Het doel is niet om zoveel mogelijk SEO-elementen af te vinken, maar om een pagina duidelijk, relevant en begrijpelijk te maken voor bezoekers en zoekmachines.
Organisch verkeer
Bezoekers die via niet-betaalde zoekresultaten op een website terechtkomen, worden doorgaans tot organisch zoekverkeer gerekend.
P
Page experience
Page experience beschrijft verschillende aspecten van de ervaring die bezoekers op een webpagina hebben. Denk aan snelheid, mobiel gebruiksgemak, beveiliging en opdringerige elementen.
Google benadrukt dat goede Core Web Vitals alleen niet voldoende zijn om goede rankings te garanderen. Relevante en behulpzame content blijft essentieel.
PageRank
PageRank is een systeem dat oorspronkelijk door Google werd ontwikkeld om het belang van webpagina’s mede te beoordelen op basis van links tussen pagina’s.
Google gebruikt tegenwoordig veel meer systemen en signalen dan alleen PageRank. De historische publieke PageRank-score in de Google Toolbar bestaat niet meer.
PageSpeed Insights
PageSpeed Insights is een Google-tool waarmee de prestaties van een webpagina kunnen worden onderzocht.
De tool combineert waar beschikbaar praktijkgegevens van echte gebruikers met een Lighthouse-analyse in een gecontroleerde testomgeving. Daardoor kunnen de verschillende scores en metingen van elkaar verschillen.
People-first content
People-first content is Google’s benaming voor content die in de eerste plaats voor mensen gemaakt wordt in plaats van voornamelijk om zoekmachines te manipuleren.
Goede content helpt een concrete doelgroep, toont echte kennis of ervaring en geeft de bezoeker voldoende informatie om zijn doel te bereiken.
Q
Query
Een query is de daadwerkelijke zoekopdracht die iemand in een zoekmachine invoert.
Een keyword is het onderwerp of zoekwoord waarop je je als website-eigenaar kunt richten; de query is wat de gebruiker werkelijk intypt of inspreekt. Die twee hoeven niet exact hetzelfde te zijn.
R
Ranking
Ranking verwijst naar de positie waarop een webpagina voor een bepaalde zoekopdracht in de zoekresultaten verschijnt.
Een website heeft dus niet één algemene positie in Google. Rankings kunnen verschillen per zoekopdracht, locatie, taal, apparaat en andere context.
Redirect
Een redirect stuurt bezoekers en crawlers automatisch van de ene URL naar een andere.
Een permanente redirect, zoals een HTTP 301 of 308, wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer een pagina definitief naar een nieuwe URL verhuist. Tijdelijke redirects zoals 302 en 307 zijn bedoeld voor tijdelijke situaties.
Rich result
Een rich result is een zoekresultaat dat dankzij ondersteunde structured data extra visuele of interactieve informatie kan bevatten.
Welke rich results beschikbaar zijn, hangt af van het type content en de functies die Google op dat moment ondersteunt.
Robots.txt
robots.txt is een bestand in de root van een website waarmee crawlers instructies krijgen over welke URL’s of delen van de site ze mogen aanvragen.
Een robots.txt-bestand is in de eerste plaats bedoeld om crawling te beheren. Het is geen betrouwbare methode om een pagina uit Google’s index te verwijderen.
S
Schema.org
Schema.org is een gezamenlijke vocabulaire waarmee structured data kan worden beschreven. Zoekmachines kunnen deze gegevens gebruiken om explicieter te begrijpen wat bepaalde informatie op een pagina betekent.
Search intent
Search intent of zoekintentie beschrijft wat iemand met een zoekopdracht probeert te bereiken.
Iemand kan informatie zoeken, een specifieke website willen vinden, producten vergelijken of klaar zijn om een aankoop of aanvraag te doen.
Een pagina die goed aansluit bij die bedoeling is meestal nuttiger dan een pagina die alleen het exacte zoekwoord vaak vermeldt.
SEA
SEA staat voor Search Engine Advertising: betaalde advertenties binnen zoekmachines.
Google Ads is het bekendste voorbeeld. SEA en SEO kunnen elkaar aanvullen, maar betaalde advertenties verbeteren op zichzelf je organische rankings niet.
SEO
SEO staat voor Search Engine Optimization of zoekmachineoptimalisatie.
Het omvat het verbeteren van een website zodat zoekmachines de pagina’s goed kunnen vinden, begrijpen en verwerken én zodat relevante gebruikers er nuttige informatie vinden.
SEO omvat onder andere techniek, content, websitestructuur, interne links en externe signalen.
SERP
SERP staat voor Search Engine Results Page: de pagina met zoekresultaten die een zoekmachine toont na een zoekopdracht.
Een moderne SERP kan veel meer bevatten dan traditionele blauwe links, waaronder afbeeldingen, video’s, lokale resultaten, featured snippets en AI-functionaliteiten.
Sitemap
Een XML-sitemap is een bestand waarin je URL’s kunt opnemen die je belangrijk vindt voor zoekmachines. Ze helpt zoekmachines zoals Google om pagina’s te ontdekken en geeft aanvullende informatie over de structuur en wijzigingen van je website.
Een sitemap is vooral nuttig bij grotere websites, nieuwe websites met weinig externe links of websites waarbij bepaalde pagina’s moeilijker via gewone interne links bereikbaar zijn.
Het opnemen van een URL in een sitemap garandeert niet dat die pagina wordt gecrawld, geïndexeerd of hoog zal ranken. Zie een sitemap daarom als een hulpmiddel voor ontdekking, niet als een manier om indexering af te dwingen.
Hoe zo’n bestand werkt en wat je er wel en niet in moet opnemen, lees je in ons artikel over XML-sitemaps voor SEO.
Slug
De slug is het herkenbare gedeelte van een URL dat meestal een specifieke pagina aanduidt.
Bij: theotherconcept.be/seo/seo-woordenlijst/ is seo-woordenlijst de slug.
Een duidelijke, korte slug maakt een URL gemakkelijker leesbaar en beheren.
Snippet
Een snippet is de weergave van een individueel zoekresultaat. Die kan onder andere een titel, URL of sitenaam en beschrijvende tekst bevatten.
Google bepaalt uiteindelijk zelf hoe een snippet voor een specifieke zoekopdracht wordt samengesteld.
Structured data
Structured data is gestandaardiseerde informatie in de broncode waarmee je expliciet kunt aangeven wat bepaalde gegevens op een pagina voorstellen.
Google gebruikt structured data om content beter te begrijpen en om bepaalde pagina’s in aanmerking te laten komen voor rich results. Het toevoegen ervan garandeert niet dat een rich result wordt weergegeven.
Google biedt een overzicht van structured data voor Google Search.
T
Technical SEO
Technical SEO of technische SEO richt zich op de technische toegankelijkheid en werking van een website voor zoekmachines.
Onderwerpen zijn onder andere crawling, indexering, redirects, canonicalization, sitemaps, JavaScript, structured data en websiteprestaties.
Title tag
Het HTML-title-element geeft een webpagina een titel en is een belangrijke bron die Google kan gebruiken bij het samenstellen van de titel van een zoekresultaat.
Google kan echter een andere title link genereren wanneer het systeem vindt dat die beter bij de pagina of zoekopdracht past.
TLD
TLD staat voor Top-Level Domain en is het laatste gedeelte van een domeinnaam: het deel na de laatste punt. Bij theotherconcept.be is .be bijvoorbeeld de TLD.
Er bestaan verschillende soorten TLD’s. Landspecifieke extensies zoals .be, .nl en .fr worden ccTLD’s genoemd, terwijl generieke extensies zoals .com, .org en .design onder de gTLD’s vallen.
De gekozen TLD kan iets vertellen over de geografische doelgroep of positionering van een website, maar een bepaalde generieke extensie levert op zichzelf geen SEO-voordeel op.
Meer over de verschillende mogelijkheden en wanneer je voor .be, .com of een andere extensie kiest, lees je in ons artikel over het kiezen van een domeinnaam extensie.
U
URL
URL staat voor Uniform Resource Locator en is het webadres waarmee een specifieke bron op het internet bereikbaar is.
Een logische URL-structuur kan bezoekers en zoekmachines helpen begrijpen waar een pagina zich binnen een website bevindt.
User experience (UX)
User experience of gebruikerservaring beschrijft hoe iemand het gebruik van een website of digitaal product ervaart.
Navigatie, leesbaarheid, snelheid, toegankelijkheid, formulieren en mobiele bruikbaarheid spelen daar allemaal een rol in.
V
Vertoningen
Een vertoning of impression betekent binnen Google Search Console dat een link naar je website in een zoekresultaat aan een gebruiker is getoond volgens Google’s meetregels.
Vertoningen kunnen samen met klikken, CTR en gemiddelde positie worden gebruikt om organische zoekprestaties te analyseren.
W
White Hat SEO
White Hat SEO is een informele term voor SEO-methodes die niet bedoeld zijn om zoekmachines te misleiden en die binnen de richtlijnen van zoekmachines blijven.
Denk aan nuttige content, een technisch toegankelijke website, duidelijke websitestructuur en het op natuurlijke wijze verkrijgen van relevante vermeldingen en links.
WordPress
WordPress is een open-source Content Management System waarmee websites kunnen worden gebouwd en beheerd.
WordPress is op zichzelf niet automatisch goed of slecht voor SEO. Thema, techniek, content, configuratie, hosting en onderhoud bepalen uiteindelijk in grote mate hoe goed een WordPress-website technisch functioneert.
X
XML-sitemap
Een XML-sitemap is een lijst van alle URL’s binnen jouw website. Het is een roadmap die zoekmachines vertelt welke content beschikbaar is. Het is een belangrijk onderdeel in je SEO en ook onmisbaar in deze SEO woordenlijst.
Y
YMYL
YMYL staat voor Your Money or Your Life. Google gebruikt deze term voor onderwerpen waarbij onjuiste informatie een aanzienlijke impact kan hebben op bijvoorbeeld iemands gezondheid, financiële situatie, veiligheid of welzijn.
Bij dergelijke onderwerpen legt Google in zijn kwaliteitsrichtlijnen extra nadruk op betrouwbaarheid.
Yoast SEO
Yoast SEO is een populaire WordPress-plugin die helpt bij het optimaliseren van je website voor zoekmachines. Het biedt tools en suggesties om de inhoud, technische instellingen en leesbaarheid van pagina’s en berichten te verbeteren, waardoor de kans groter is dat ze goed scoren in zoekresultaten.
Z
Zoekintentie
Zoekintentie is het doel achter een zoekopdracht. Zie ook Search intent onder de letter S.
Zoekwoord
Een zoekwoord is een term of onderwerp waarop content wordt afgestemd om relevant te zijn voor bepaalde zoekopdrachten. Zie ook Keyword onder de letter K.
Zoekwoordenonderzoek
Zoekwoordenonderzoek is het onderzoeken van hoe een doelgroep naar bepaalde onderwerpen, producten, diensten of antwoorden zoekt.
Daarbij kijk je niet alleen naar zoekvolume, maar ook naar zoekintentie, relevantie, concurrentie en de relatie tussen verschillende onderwerpen.
Een goed zoekwoordenonderzoek helpt bepalen welke informatie je doelgroep nodig heeft en welke pagina’s daarvoor zinvol zijn.
We doen ons best om deze SEO woordenlijst zo relevant en actueel mogelijk te houden. Merk je toch fouten of verouderde informatie op? Laat het ons dan weten via ons contactformulier.
Gerelateerde artikelen
Welke domeinnaam extensie kies je voor je website?

Een domeinnaam kiezen lijkt eenvoudig, tot je ontdekt dat ook achter de punt honderden mogelijkheden bestaan. Kies je voor .be, .com, .eu of misschien een opvallendere extensie zoals .design, .agency of .shop?
De domeinnaam extensie die je kiest, bepaalt niet automatisch hoe goed je website gevonden wordt. Ze kan wel iets vertellen over het land waarop je je richt, het soort organisatie achter de website en zelfs hoe vertrouwd een domeinnaam aanvoelt.
Welke domeinnaam extensie kies je dan het beste? Dat hangt vooral af van je doelgroep en wat je met je website wilt bereiken.
Wat is een domeinnaam extensie?
Een domeinnaam extensie is het laatste gedeelte van een domeinnaam: alles wat na de laatste punt komt.
Bijvoorbeeld:
theotherconcept.be
Hier is theotherconcept de domeinnaam en .be de extensie.
Een domeinnaam extensie wordt ook een top-level domain of TLD genoemd.
Er bestaan verschillende soorten TLD’s. Sommige zijn gekoppeld aan een land, andere zijn generiek en weer andere verwijzen naar een sector, activiteit of onderwerp.
Wat is het verschil tussen een ccTLD en gTLD?
De vele beschikbare extensies kunnen technisch in verschillende categorieën worden onderverdeeld. Voor de meeste bedrijven zijn vooral twee groepen belangrijk.
Landspecifieke extensies of ccTLD’s
Een country code top-level domain is gekoppeld aan een land of territorium.
Bekende voorbeelden zijn:
- .be voor België;
- .nl voor Nederland;
- .de voor Duitsland;
- .fr voor Frankrijk;
- .uk voor het Verenigd Koninkrijk.
Een ccTLD geeft bezoekers én zoekmachines een sterk signaal dat een website zich op een bepaald land richt.
Generieke extensies of gTLD’s
Een generic top-level domain is niet op dezelfde manier aan één specifiek land gekoppeld.
.com is het bekendste voorbeeld, maar ook .org, .net, .info en nieuwere extensies zoals .agency, .shop en .design behoren tot deze brede categorie.
De volledige lijst met bestaande top-level domains wordt beheerd binnen de DNS Root Zone van IANA.
Is .be de beste keuze voor een Belgisch bedrijf?
Wanneer een onderneming hoofdzakelijk Belgische klanten wil bereiken, is .be meestal een heel logische keuze.
De extensie maakt onmiddellijk duidelijk dat er een Belgische website of onderneming achter het domein zit. Dat kan herkenbaarheid en vertrouwen geven bij Belgische bezoekers.
Ook voor Google heeft een landspecifieke extensie betekenis. Google noemt een ccTLD expliciet een sterk signaal dat een website voor gebruikers in een bepaald land bedoeld is.
Dat betekent niet dat een .be-website automatisch hoger verschijnt in Belgische zoekresultaten. De extensie is slechts één van de signalen die Google kan gebruiken om de geografische doelgroep van een website te begrijpen.
Voor een Belgische zelfstandige, KMO, winkel of dienstverlener die vrijwel uitsluitend in België actief is, blijft .be daarom vaak de meest voor de hand liggende keuze.
Wanneer kies je beter voor .com?
.com is interessanter wanneer je onderneming internationaal actief is of wanneer je niet wilt dat de domeinnaam sterk met één land verbonden wordt.
Google behandelt .com als een generieke TLD. De extensie geeft dus niet hetzelfde specifieke landsignaal als .be, .nl of .fr.
Dat maakt .com bijvoorbeeld interessant voor een bedrijf dat vanuit België zowel Belgische, Nederlandse, Franse als andere internationale klanten bedient.
Een .com-domein betekent overigens niet dat je website Engelstalig moet zijn. Je kunt perfect verschillende taal- of regioversies aanbieden, bijvoorbeeld:
example.com/nl/
example.com/fr/
example.com/en/
Voor internationale websites spelen vervolgens ook andere technische keuzes een rol, zoals aparte URL’s per taal en een correcte hreflang-implementatie.
Google legt deze mogelijkheden uitgebreider uit in zijn richtlijnen voor meertalige en multiregionale websites.
En wat met .eu?
.eu lijkt op het eerste gezicht een landspecifieke extensie, maar Google behandelt ze voor Search als een generieke regionale TLD.
Dat betekent dat .eu niet hetzelfde sterke geografische signaal geeft voor één specifiek land als bijvoorbeeld .be of .nl.
De extensie kan vanuit branding wel interessant zijn wanneer een organisatie zich nadrukkelijk Europees positioneert. Voor een onderneming die vrijwel uitsluitend Belgische klanten bedient, zou ik .be doorgaans logischer vinden.
Helpt .be of .com om hoger te scoren in Google?
Hier bestaan nogal wat misverstanden over.
Een generieke extensie zoals .com, .org of een nieuwere extensie zoals .design krijgt van Google geen automatisch rankingvoordeel omdat de ene extensie populairder, ouder of duurder is dan de andere.
Google zegt hierover zelf dat de TLD in principe niet bepalend is voor prestaties in Search, behalve wanneer geografische targeting relevant is.
Een .design-website wordt dus niet beter gevonden voor grafisch ontwerp omdat het woord design in de extensie staat. En een .com-website krijgt niet automatisch meer autoriteit dan dezelfde website op een andere generieke extensie.
Voor SEO zijn de kwaliteit en relevantie van je content, techniek, websitestructuur, links en tal van andere signalen veel belangrijker.
Meer technische SEO-begrippen vind je ook terug in onze SEO woordenlijst.
Een bijzondere extensie kan wel onderdeel zijn van je branding
SEO hoeft natuurlijk niet de enige overweging te zijn.
Een domeinnaam is ook onderdeel van je merk.
Daarom kunnen extensies zoals .design, .studio, .agency, .photography, .shop of .art interessant zijn wanneer ze op een natuurlijke manier bij een merk passen.
Zo gebruikten we zelf bijvoorbeeld een .art-domein voor kunstschilderes Silvia Bonotto.
Een dergelijke domeinnaam kan kort, herkenbaar en onderscheidend zijn. Zeker wanneer de klassieke .be– of .com-variant van je gewenste naam al bezet is.
Toch zou ik voorzichtig zijn met een extensie puur omdat ze origineel klinkt.
Herkenbaarheid is belangrijker dan originaliteit
Stel dat je iemand mondeling vertelt dat je website voorbeeld.agency is.
Begrijpt die persoon onmiddellijk dat dit je webadres is? Kan hij het onthouden? En zal hij niet automatisch voorbeeld.be of voorbeeld.com proberen?
Dat zijn praktische vragen die soms belangrijker zijn dan hoe creatief een domeinnaam eruitziet.
Een goede domeinnaam is gemakkelijk uit te spreken, in te typen en te onthouden. Vermijd daarom onnodig ingewikkelde constructies alleen om toch een vrije domeinnaam te vinden.
Dat geldt ook voor de extensie.
Moet je een zoekwoord in je domeinnaam zetten?
Niet noodzakelijk.
Een domeinnaam zoals webdesign-herselt.be maakt onmiddellijk duidelijk waar de website over gaat, maar is niet automatisch beter voor SEO dan een herkenbare merknaam.
Google geeft in zijn eigen SEO-documentatie aan dat woorden in een domeinnaam vanuit rankingperspectief op zichzelf weinig effect hebben.
Een sterke merknaam kan bovendien veel breder meegroeien met een onderneming.
Stel dat je vandaag uitsluitend websites maakt en daarom een domeinnaam kiest die volledig rond webdesign draait. Wanneer je later ook branding, grafisch ontwerp of SEO aanbiedt, kan die naam plots beperkend worden.
Kies daarom niet alleen een domeinnaam voor wat je vandaag doet, maar denk ook aan waar je onderneming naartoe kan groeien.
Moet de taal overeenkomen met de extensie?
Nee.
Een .be-website hoeft niet uitsluitend Nederlandstalig te zijn. België is daar natuurlijk het perfecte voorbeeld van: een website kan Nederlandse, Franse, Duitse en Engelse pagina’s aanbieden onder hetzelfde .be-domein.
Ook een .fr-extensie betekent technisch niet automatisch dat iedere pagina Franstalig is.
De extensie geeft bij landspecifieke TLD’s vooral informatie over de geografische gerichtheid van het domein. Voor de taal van afzonderlijke pagina’s gebruikt Google onder andere de daadwerkelijke inhoud van die pagina.
Bij meertalige websites is het daarom belangrijker dat iedere taalversie een eigen URL heeft en dat de technische taalstructuur correct wordt opgezet.
Wat als de gewenste domeinnaam al bezet is?
Dat gebeurt steeds vaker, zeker bij korte .be– en .com-domeinen.
Een andere extensie kiezen is één mogelijkheid, maar niet noodzakelijk de eerste.
Bekijk eerst of je merknaam op een logische manier uitgebreid kan worden. Een kleine toevoeging kan soms een betere domeinnaam opleveren dan een moeilijk herkenbare extensie.
Controleer daarnaast waarom de gewenste domeinnaam bezet is. Er is een groot verschil tussen een geregistreerd maar ongebruikt domein en een domeinnaam waarop een actieve onderneming met vrijwel dezelfde naam opereert.
Dat laatste kan niet alleen verwarrend zijn voor bezoekers, maar mogelijk ook juridische of merkgerelateerde problemen opleveren.
Moet je meerdere domeinnaam extensies registreren?
Dat kan verstandig zijn, maar je hoeft niet iedere denkbare variant van je domeinnaam te bezitten.
Voor een Belgisch bedrijf dat voorbeeld.be als hoofddomein gebruikt, kan het bijvoorbeeld interessant zijn om ook voorbeeld.com te registreren wanneer die nog beschikbaar is.
Dat voorkomt dat iemand anders een belangrijke variant registreert en geeft je flexibiliteit wanneer je later internationaal wilt uitbreiden.
Gebruik in dat geval wel één duidelijke hoofddomeinnaam. Andere domeinen kun je permanent laten doorsturen naar het hoofddomein.
Het is meestal geen goed idee om exact dezelfde website zonder duidelijke technische configuratie via verschillende domeinnamen beschikbaar te maken.
Een domeinnaam veranderen doe je niet zomaar
De keuze verdient ook aandacht omdat je een bestaande domeinnaam later liever niet zonder goede reden verandert.
Een domeinwissel heeft gevolgen voor URL’s, interne en externe links, e-mailadressen, analytics, Search Console en de herkenbaarheid die je ondertussen hebt opgebouwd.
Een migratie kan technisch perfect uitgevoerd worden, maar vraagt een goede voorbereiding en correcte redirects van oude naar nieuwe URL’s.
Kies daarom liever vanaf het begin een domeinnaam en extensie waarmee je onderneming enkele jaren verder kan.
Welke domeinnaam extensie zouden wij kiezen?
Voor een onderneming die voornamelijk op de Belgische markt actief is, zouden we meestal eerst kijken naar `.be`.
Wil je vanaf het begin internationaal werken, dan kan .com logischer zijn. Richt je je nadrukkelijk op één ander land, dan kan de bijbehorende landspecifieke extensie interessant zijn. En een alternatieve extensie zoals `.design` of .agency kan prima werken wanneer die echt bij het merk past en voor je doelgroep duidelijk blijft.
De extensie zelf gaat je website niet succesvol maken.
Een goede keuze zorgt er vooral voor dat je domeinnaam herkenbaar, geloofwaardig en passend bij je doelgroep is.
En dat is uiteindelijk belangrijker dan kiezen voor de meest originele tekst achter de punt.
Laatst aangepast: 22 september 2026.
Deel
Gerelateerde artikelen
Waarom verlaten bezoekers je website? 10 veelvoorkomende oorzaken

Een bezoeker komt op je website terecht en enkele seconden later is hij alweer weg. Ligt het aan je aanbod? Je ontwerp? Een trage website? Of vond die persoon simpelweg niet wat hij zocht?
Dat bezoekers een website verlaten is natuurlijk normaal. Niemand blijft eindeloos rondkijken. Het wordt pas interessant wanneer potentiële klanten afhaken voordat ze gevonden of gedaan hebben waarvoor ze kwamen.
Sommige oorzaken zijn technisch, andere hebben te maken met design, content of gebruiksgemak. Vaak is het een combinatie.
Dit zijn 10 veelvoorkomende redenen waarom bezoekers een website verlaten — en vooral: wat je eraan kunt doen.
1. Het is niet onmiddellijk duidelijk wat je doet
Een bezoeker zou niet eerst door drie secties moeten scrollen om te begrijpen wat je bedrijf aanbiedt.
Zeker iemand die je onderneming nog niet kent, probeert in de eerste momenten een aantal eenvoudige vragen te beantwoorden:
Waar ben ik terechtgekomen? Wat doet dit bedrijf? Is dit relevant voor mij? En wat kan ik hier doen?
Een spectaculaire slogan kan visueel sterk zijn, maar als hij niets over je aanbod vertelt, laat je de bezoeker zelf het antwoord zoeken.
Zorg daarom dat het eerste scherm van een belangrijke pagina voldoende context geeft. Dat kan met een duidelijke titel, een korte introductie en eventueel een relevante call-to-action.
Wat er precies in dat eerste zichtbare gedeelte thuishoort, bespreken we uitgebreider in ons artikel over content boven de vouwlijn.
2. Je website laadt te traag
We zijn weinig geduldig online.
Wanneer een pagina langzaam verschijnt, afbeeldingen pas veel later geladen worden of de website tijdens het laden voortdurend verspringt, creëer je onmiddellijk wrijving.
Snelheid gaat bovendien verder dan de tijd voordat er überhaupt iets op het scherm verschijnt. Een pagina kan zichtbaar zijn en toch traag reageren wanneer iemand op een knop of menu klikt.
Google gebruikt hiervoor onder andere de Core Web Vitals: LCP, INP en CLS. Ze meten respectievelijk belangrijke aspecten van laden, interactiviteit en visuele stabiliteit.
Maar staar je niet blind op één perfecte score. Het uiteindelijke doel is een website die voor echte bezoekers snel en responsief aanvoelt.
Wil je de technische prestaties onderzoeken? In ons artikel over Google Lighthouse leggen we uit wat Lighthouse meet en hoe je de resultaten interpreteert.
3. De mobiele ervaring werkt niet goed
Een website kan er op een groot desktopscherm uitstekend uitzien en op een smartphone behoorlijk frustrerend zijn.
Tekst die te klein wordt, knoppen die moeilijk aan te tikken zijn, elementen die buiten het scherm vallen, pop-ups die bijna alles bedekken of formulieren die lastig invullen: het zijn allemaal redenen om sneller af te haken.
Responsive design is daarom slechts het begin.
Ook de hoeveelheid informatie, witruimte, navigatie en volgorde van elementen moet op kleinere schermen logisch blijven.
We gaan daar uitgebreider op in in ons artikel over mobiele optimalisatie.
4. De navigatie maakt het te moeilijk
Creativiteit is goed. Verwarring niet.
Een bezoeker die contactgegevens zoekt, verwacht bijvoorbeeld redelijk snel iets als Contact te vinden. Een creatieve naam voor die pagina kan leuk klinken, maar wordt minder interessant wanneer niemand begrijpt wat erachter zit.
Hetzelfde geldt voor complexe menu’s met te veel keuzes.
Een goede navigatie helpt bezoekers voorspellen waar een klik hen naartoe brengt. De belangrijkste informatie moet logisch gegroepeerd zijn en belangrijke pagina’s moeten gemakkelijk bereikbaar blijven.
Interne links kunnen daarbij eveneens helpen. Ze laten bezoekers vanuit een pagina verder navigeren naar relevante informatie zonder telkens terug naar het hoofdmenu te moeten.
Meer daarover lees je in ons artikel over interne links.
5. De pagina komt niet overeen met wat de bezoeker verwachtte
Niet iedere vroege exit betekent dat je website slecht ontworpen is.
Soms komt iemand gewoon op de verkeerde pagina terecht.
Stel dat iemand zoekt naar de prijs van een bepaalde dienst en via Google op een algemene pagina terechtkomt die nergens iets over prijzen vertelt. De website kan snel, mooi en gebruiksvriendelijk zijn en toch verlaat die bezoeker de pagina.
De inhoud sluit simpelweg niet aan bij de zoekintentie.
Dat is ook waarom SEO niet alleen draait om bezoekers naar je website krijgen. Je wilt vooral de juiste bezoekers naar de juiste pagina brengen.
Zoekwoorden, paginatitels en snippets moeten daarom een realistische verwachting creëren van wat iemand na de klik zal vinden.
6. Je content is moeilijk te scannen
Webpagina’s worden niet altijd van boven naar beneden gelezen zoals een boek.
Bezoekers scannen.
Ze bekijken titels, tussenkoppen, afbeeldingen, opvallende woorden en korte stukken tekst om te bepalen waar de informatie staat die ze nodig hebben.
Een enorme tekstmuur zonder visuele structuur maakt dat moeilijk.
Gebruik daarom duidelijke tussenkoppen, voldoende witruimte en overzichtelijke paragrafen. Lijsten kunnen nuttig zijn wanneer de inhoud daar daadwerkelijk om vraagt, maar je hoeft niet ieder stuk tekst in bullets te veranderen.
Ook typografie speelt mee. Een mooi lettertype heeft weinig waarde wanneer het op kleinere schermen moeilijk leesbaar wordt.
7. Je website wekt onvoldoende vertrouwen
Zeker wanneer iemand je bedrijf nog niet kent, zoekt hij bewust of onbewust naar signalen die vertellen of je onderneming betrouwbaar is.
Dat zit soms in kleine dingen.
Een website waarvan de laatste nieuwsupdate uit 2019 komt. Een copyrightjaar dat jaren achterloopt. Stockfoto’s die weinig met het echte bedrijf te maken hebben. Een onduidelijk e-mailadres. Geen informatie over wie achter de onderneming zit. Projecten die niet meer representatief zijn.
Geen enkel element hoeft op zichzelf een bezoeker weg te jagen. Samen kunnen ze wel twijfel creëren.
Laat daarom zien wie je bent, wat je doet en welke ervaring je hebt. Echte projecten, duidelijke contactinformatie, klantenreviews en een goede over ons-pagina kunnen daarbij veel sterker zijn dan algemene uitspraken zoals wij leveren topkwaliteit.
Waarom die bedrijfspagina belangrijk is, bespreken we uitgebreider in ons artikel over een goede over ons-pagina.
8. Je vraagt te snel te veel
Een bezoeker opent je website.
Nog voordat hij de eerste zin gelezen heeft, verschijnt een nieuwsbriefpopup. Daarna vraagt de browser toestemming voor meldingen. Onderaan komt een chatvenster omhoog en ondertussen bedekt een cookiebanner een groot deel van het scherm.
Technisch kan alles correct werken en toch voelt de website irritant.
Pop-ups en andere overlays zijn niet per definitie slecht. Timing en context maken het verschil.
Ook Google adviseert om opdringerige interstitials te vermijden en ervoor te zorgen dat bezoekers de hoofdinhoud gemakkelijk kunnen bereiken. Vooral overlays die direct na het openen van een pagina een groot deel van de content bedekken, kunnen de gebruikservaring verstoren.
Vraag jezelf daarom af of een onderbreking op dat specifieke moment echt waarde toevoegt. Iemand die net op je website terechtkomt, heeft vaak nog geen enkele reden om zich onmiddellijk op een nieuwsbrief te abonneren, een account aan te maken of contact op te nemen.
Geef bezoekers eerst de kans om vertrouwen op te bouwen en te begrijpen wat je te bieden hebt. Pas daarna is het logisch om een volgende stap te vragen.
Dat principe wordt nog belangrijker wanneer iedere extra drempel rechtstreeks invloed kan hebben op een aankoop. In ons artikel over een succesvolle webshop bekijken we daarom ook hoe je frictie tijdens het volledige aankoopproces beperkt.
9. Er is geen duidelijke volgende stap
Een bezoeker heeft je pagina gelezen. En dan?
Sommige websites geven veel informatie, maar maken nergens duidelijk wat iemand vervolgens kan doen.
Een call-to-action hoeft niet altijd Koop nu of Vraag offerte aan te zijn. De juiste volgende stap hangt af van de pagina en van hoe ver iemand in zijn beslissingsproces zit.
Op een dienstenpagina kan dat contact opnemen zijn. Vanuit een blogartikel kan het logischer zijn om verder te lezen. Op een projectpagina wil iemand misschien vergelijkbare projecten bekijken.
Goede calls-to-action sturen dus niet iedere bezoeker onmiddellijk richting verkoop. Ze helpen hem vooral logisch verder door de website.

10. Je website voelt verouderd of onprofessioneel
Design is subjectief, maar dat betekent niet dat vormgeving onbelangrijk is.
Bezoekers vormen snel een indruk op basis van typografie, fotografie, kleurgebruik, witruimte, animaties en algemene afwerking. Wanneer die elementen niet bij elkaar passen, kan een professionele onderneming online minder professioneel overkomen dan ze werkelijk is.
Dat betekent niet dat iedere website voortdurend de nieuwste designtrend moet volgen. In ons overzicht van webdesign trends bekijken we daarom niet alleen wat visueel populair is, maar vooral welke ontwikkelingen moderne websites daadwerkelijk beter kunnen maken.
Een goede website hoeft niet trendy te zijn. Ze moet vooral verzorgd, geloofwaardig en passend bij het bedrijf aanvoelen.
Ook consistentie speelt daarin een grote rol. Knoppen die overal anders zijn vormgegeven, vijf verschillende lettergroottes of willekeurig kleurgebruik maken een website onrustiger en minder voorspelbaar.
Een hoog bouncepercentage betekent niet automatisch dat er iets fout is
Wanneer bezoekers een website snel verlaten, wordt vaak onmiddellijk naar het bouncepercentage gekeken.
Daar moet je voorzichtig mee zijn.
In Google Analytics 4 is een bounce het tegenovergestelde van een engaged session. Bovendien vertelt zo’n cijfer zonder context weinig over wat de bezoeker daadwerkelijk wilde doen.
Iemand kan bijvoorbeeld een blogartikel lezen, het antwoord vinden en daarna vertrekken. Een andere bezoeker opent je contactpagina, kopieert je telefoonnummer en belt je vervolgens. In beide gevallen kan de website precies gedaan hebben wat nodig was.
Kijk daarom niet alleen naar één percentage.
Combineer analytics bijvoorbeeld met conversies, bezochte pagina’s, verkeersbronnen en de acties die voor jouw website daadwerkelijk waarde hebben.
Hoe ontdek je waarom bezoekers afhaken?
Je hoeft daar niet alleen naar te gokken.
Begin met je analytics. Welke pagina’s krijgen veel verkeer? Waar vertrekken bezoekers? Welke pagina’s leiden juist vaak tot een contactaanvraag of andere gewenste actie?
Vervolgens kun je technische gegevens bekijken. Test belangrijke pagina’s op verschillende apparaten en verbindingen. Controleer formulieren. Loop zelf door de belangrijkste gebruikersroutes.
Tools voor heatmaps en sessie-opnames kunnen aanvullend laten zien waar mensen klikken, hoe ver ze scrollen en waar ze mogelijk vastlopen.
Maar ook daar geldt: data vertelt wat er gebeurt, niet altijd waarom.
Een heatmap waarop niemand op een knop klikt vertelt je nog niet of de knop slecht zichtbaar is, de tekst niet overtuigt of bezoekers simpelweg geen behoefte hebben aan die actie.
Combineer cijfers daarom met observatie en gezond verstand.
Wat wij vaak zien bij bestaande websites
Bij The Other Concept zien we zelden één groot probleem waardoor een website niet goed werkt.
Vaker zijn het verschillende kleine zaken die zich opstapelen.
Een hero die niet helemaal duidelijk is. Een mobiele navigatie met te veel niveaus. Een formulier dat één veld te veel vraagt. Afbeeldingen die onnodig zwaar zijn. Een belangrijke dienst die pas na verschillende klikken gevonden wordt.
Geen van die problemen lijkt afzonderlijk dramatisch.
Samen zorgen ze wel voor extra drempels tussen een bezoeker en wat die bezoeker probeert te bereiken.
Daarom bekijken we bij webdesign niet alleen hoe een website eruitziet. Structuur, content, techniek en gebruiksgemak moeten samenwerken.
Je hoeft bezoekers niet koste wat kost op je website te houden
Het doel van een goede website is niet een zo lang mogelijke bezoektijd.
Als iemand binnen dertig seconden je openingsuren vindt, is dat waarschijnlijk beter dan wanneer hij er drie minuten naar moet zoeken.
Als een potentiële klant na het bekijken van één duidelijke dienstenpagina overtuigd is om contact op te nemen, hoeft die persoon niet eerst vijf andere pagina’s te bezoeken.
Vraag daarom niet alleen:
Hoe houden we bezoekers langer op onze website?
Een betere vraag is:
Kunnen bezoekers gemakkelijk vinden en doen waarvoor ze naar onze website komen?
Wanneer het antwoord daarop ja is, hoeven sommige bezoekers helemaal niet lang te blijven.
Laatst bijgewerkt op 28 september 2026.
Deel






























